Verhuizen: wandelen van Amsterdam naar Schiedam

Verhuizen: wandelen van Amsterdam naar Schiedam

Schiedam is een eind lopen vanuit mijn oude huis. Vier dagen en vijfenzeventig kilometer. Verhuizen kost tijd, voor andere dingen moet tijd gemaakt worden. Zoals langzaam wennen aan een nieuwe woonplaats. Deze blog moest dan wel weer een beetje afgeraffeld worden. Maarja, gelukkig hebben we de foto’s nog.

Amsterdam


Schiedam

Op dag 1 zit ik wat treurig in een lege kamer met mijn backpack, een lading eten en Vlok de sneeuwuil. Mijn wandelschoenen moet ik nog aan doen, maar eerst mediteren. Hier heb ik uren om Tim gehuild, vrijheid geproefd en geluk gevonden. Nu ben ik een nieuw leven begonnen, maar dat gaat niet vanzelf. Elke keuze voelt als afscheid nemen, vooral de grote, zoals verhuizen. Vlok is van Tim. Natuurlijk gaat hij mee. Ik zou niet weten wat ik zonder hem moet.

Het idee is dat lopen geleidelijk genoeg is om een schijnbaar abrupte veranderingen te verwerken. Ik wil van oud naar nieuw reizen, met behoud van beide. Alles mag mee. Met elke stap rijg ik Amsterdam en Schiedam aan elkaar. En dat een paar miljoen keer. Een beetje pijnlijk voor mijn schouders en voeten is het wel, maar die kunnen het hebben.

En elke kilometer blijkt een verrassing. Wat is Nederland indrukwekkend. Door het Groene Hart manoeuvreer ik naar het zuiden, tussen de grote steden door. Steeds doemt er weer een skyline op: Schiphol, Den Haag, Zoetermeer, Rotterdam. Maar altijd blijft er die groene buffer die de gekte op veilige afstand houdt. Langs een oude veenrivier bij Zoeterwoude mogen we zelfs wildkamperen.

We kruisen een paar keer de hogesnelheidslijn, dat ding waarover ik elke dag van huis naar kantoor zoefde. Op dag twee schampen we Leiden en moeten we een stuk teruglopen omdat er een brug geschilderd wordt. De eerste lentezon brandt zich in mijn witte winterhuid. Op dag drie lijkt het niet uit te maken hoe hard we lopen, steeds weer word ik op de hoogbouw van Den Haag getrakteerd, vaag in de verte. Herinneringen van een ouder leven drijven boven. Maar zodra we Delft naderen zijn ze vervlogen. Hier begint het volgende hoofdstuk.

Jasper vult inmiddels pagina’s. Waarom gaan we niet samenwonen? Iedere stap richting Schiedam betekent toch ook een stap verder van hem? Omdat ik gelukkig ben zo, met mezelf in mijn eigen ruimte. Ik weet wel dat ik bang blijf voor verwachtingen en teleurstellingen. En om mijn zelfstandigheid kwijt te raken. Maar laat me maar even mijn gang gaan. Jasper loopt naast me en is nooit ver weg. Ik ben gek op hem, ik laat hem niet achter.

Dat het idee al aardig went, merk ik als ik op dag vier euforisch en ontspannen Midden-Delfland in ga. Ik kies een weg die ik nog niet eerder gezien heb. En zo lopen we de laatste tien kilometer. Tussen de rietkragen door komen we Schiedam binnen. Vlok mag los. In de brievenbus vind ik welkomstbrieven en vrolijke verhuiskaarten. Het werkt! Het voelt alsof ik twee steden verbonden heb. Nu begint het echte thuiskomen.