Afgelopen week draaide alles in dit huis om geld. Dat is niet omdat we zulke geldwolven zijn, maar omdat we wat orde op zaken moesten stellen. Geld maakt dromen mogelijk, alleen moet je daar dan wel een plan bij hebben.
We lazen half samen, half googelend op de onderwerpen die we tegenkwamen een boek over besparen, sparen en beleggen. Het heet Over geld praat je wel van Vincent Kouters. Kouters is tonnair – een door hemzelf bedacht woord waarmee hij bedoelt dat hij een ton vermogen heeft. Dat heeft hij in vijf jaar bij elkaar verzameld als freelance schrijver met een wisselend inkomen van 2.200 tot 3.200 euro netto per maand (en gezin met jonge kinderen die naar de opvang gaan). ‘Als ik het kan, kan iedereen dat die meer geld uitgeeft dan strikt nodig is,’ is zijn motto. Naast zijn boek deelt hij zijn verhaal ook op zijn blog Betering.nl en in zijn podcast.
Maar waarom zou je binnen vijf jaar tonnair willen zijn? Het boek gaat eigenlijk niet over rijk worden. Het gaat over een financieel plan maken, niet alles uitgeven wat er binnenkomt, maar zo veel als je kunt opzij zetten zodat je voor jezelf wat vrijheid creëert. Zijn boek lezende realiseer ik me dat dat precies is wat ik de afgelopen tien jaar heb gedaan, alleen heb ik de eerste ton in een huis gestopt in plaats van op de bank laten staan. En de volgende 30.000 euro gebruikt om een opleiding te volgen en aan een boek te werken. Ook heb ik niet, zoals Kouters, een deel van mijn geld belegd maar heb ik alleen gespaard en versneld afgelost. Maar het idee is hetzelfde: maak een plan, laat daar dingen voor als het nodig is, en werk naar je doel toe.
Hoe word je zo snel rijk?
Kouters is met zijn relatief bescheiden inkomen indrukwekkend snel tonnair geworden. Dat komt omdat hij – naast heel fanatiek besparen – belegt. Een snelle zoektocht op het internet vertelt mij dat zo’n 25% van de Nederlanders dat doet.
Kouters volgt een hele simpele methode met weinig risico’s, namelijk door indexfondsen aan te kopen. In een index zitten meerdere aandelen van over de hele wereld, waardoor de risico’s goed gespreid zijn. Koersdalingen (en economische crisissen) vangt hij op doordat hij van plan is zijn geld voor tientallen jaren te laten staan. Over de bank genomen groeien de waarde van aandelen altijd, alleen moet je geduld hebben.
Ikzelf, en met mij vele anderen, zijn opgegroeid met het idee dat beleggen niet zo slim is. Wij zijn risicomijdend. Wij sparen liever. Wij lossen liever af. We weten allang dat je dan een dief bent van je eigen portemonnee, want de spaarrente is veel lager dan de inflatie, maar liever dat dan gedoe met geld waar je geen controle meer over hebt. Ik merk dat Kouters boek die angst snel wegneemt, maar er is iets anders waardoor ik toch veel weerstand tegen beleggen houd.
In Over geld praat je niet lees ik dat het eerste aandeel ooit in 1602 voor 150 gulden werd gekocht door Pieter Harmensz, een ambtenaar uit Enkhuizen. Dat aandeel was van de VOC. Het verdienmodel van deze slimme handelsonderneming was de uitbuiting van mensen die buiten het gezichtsveld van de meeste aandeelhouders leefden. En daarmee was het aandeel een vernuftig staaltje kapitalistisch gereedschap dat aan de basis staat van een – in mijn ogen – nogal scheefgegroeide samenleving. Het probleem is dat de meeste bedrijven vandaag de dag nog steeds zo opereren – ze buiten mensen en hun leefomgeving uit om winst te maken.
Bestaat duurzaam beleggen wel?
Aandelen van reguliere bedrijven zou ik dus sowieso niet kopen. Er zijn wel duurzame indexfondsen maar de hoeveelheid greenwashing is daar niet van de lucht. Niet voor niets accepteert ASN Bank – die ieder bedrijf tot op de vezel uitkamt – acht van de tien bedrijven in het populaire duurzame fonds iShares MSCI World ESG Enhanced niet.
Dan rest dus alleen nog beleggen bij ASN, Triodos, in obligaties of in crowdfunding-achtige microkredieten. Die zijn duurder of leveren minder rendement en in het geval van crowdfunding zijn ze ook vaak risicovoller. Dat mag wat mij betreft de prijs zijn die ik betaal voor een betere wereld. Maar dan nog vraag ik me af of meedoen in een systeem (het kapitalistische) dat inherent niet-duurzaam is de beste manier is om je hogere levensdoelen te financieren of bereiken.
Kouters betoogt in zijn boek dat we nou eenmaal in het kapitalistische systeem leven, en dat we daar niet zoveel aan kunnen doen. Als je het zo bekijkt, dan zouden sparen, een hypotheek aflossen en pensioen opbouwen ook niet door mijn strenge selectie komen, want ook dat vermogen wordt door de bank belegd. Maar om nou zelf moedwillig en actief met geld meer geld te gaan maken zonder er iets voor te hoeven doen – misschien zit daar mijn grootste geldovertuiging: zoiets doe je niet.
Wat heeft een 4.000 jaar oud gedicht daar mee te maken?
Even een zijspoor. Stel, als op het op beleggen aankomt: wat zou Jezus doen? Of de Boeddha? Jezus zou waarschijnlijk zeggen: ‘als je geld kunt missen, geef dat dan aan mensen die het echt nodig hebben’. En de Boeddha: ‘alleen diegene die zich niet hecht aan geld, kan echt vrij zijn’. Misschien dat dat helpt om mijn ongemakkelijke gevoel bij beleggen te begrijpen. Maar ongetwijfeld denk ik daarmee weer veel te zwart-wit. Dus lezers: voel je vrij om mij te verlichten met andere inzichten.
Boven ons bed hangen sinds kort twee regels uit een gedicht uit 2.100 voor Christus:
“Tear down the house and build a boat! Abandon wealth and seek living beings!” – Epic of Gilgamesh
Rijkdom loslaten en levende wezens (lees: een menselijke samenleving) zoeken, kost in de huidige maatschappij zo’n € 16.000,- per persoon per jaar als het aan de bijstandsuitkering ligt, wat wel een aardige indicator is voor het absolute minimum. En omdat onze langetermijn droomplannen niet rond het absolute minimum liggen, moeten we bedenken hoe we ze gaan financieren, of we nou gaan beleggen of niet. Daarom maken we nu samen een nieuw geldplan.
Weer even heel kil economisch
Ik heb alle uitgaven van het afgelopen jaar bijgehouden. We sluizen mijn volledige inkomen direct naar de spaarrekening, extra aflossing op de hypotheek en de kinderopvang – wat effectief betekent dat we van één salaris rond kunnen komen! We hebben ons noodfonds (een flink spaarbedrag) voor als een van de twee onverhoopt uitvalt weer op orde. En nu zijn we aan het besparen op dingen waarvan we vinden dat die veel te veel geld kosten en weinig opleveren. Abonnementen. Overbodige of dubbele verzekeringen. Eten buiten de deur. Vooral dat laatste. Erik heeft, terwijl ik het geldboek voorlas, onze kook- en boodschappenroutine onder handen genomen zodat we zonder al te veel nog altijd na-ijlend slaaptekort lekkere en gezonde dingen mee van huis kunnen nemen en niet tien euro per dag in een willekeurige kantine of op het station kwijt zijn.
Ik vind het dus heerlijk om over dit soort dingen na te denken. Maar iedereen is gebaat bij een geldplan – ook als dat niet perfect is – en niet alles gedachteloos uit te geven wat er binnenkomt. Het lijkt misschien schraal om te besparen, maar dat is het niet als je spaart voor iets dat je echt belangrijk vindt.
