Ooit was er de stellige overtuiging dat alleen borstvoeding het beste is voor je kind. Daar zit nog steeds een kern van waarheid in, maar de tendens van de laatste jaren is dat er vóóral wordt benadrukt dat elke keuze goed is, dat je kind heus wel groot wordt en dat je een beetje om jezelf moet denken. Alleen, vroeg ik me de afgelopen maanden steeds vaker af, staat ‘om jezelf denken’ wel gelijk aan stoppen met borstvoeding?
Om jezelf denken is nodig zodra je gaat werken of op een andere manier weer onderdeel van de ‘normale’ samenleving wilt worden. Een borstvoedende vrouw moet dan kolven, vaak om de drie tot vijf uur. La Leche League, de belangenbehartiger voor borstvoeding, doet daar veel te makkelijk over. Ik ken veel vrouwen die kolven stressvol vinden. Het kolven zelf is niet eens het probleem, al is het de eerste paar keer onwennig om zo’n stuk plastic op je borsten te zetten. Het is het gedoe er omheen dat het zwaar maakt. Steeds op zoek naar een kolfkamer die er meestal niet is. Flesjes en koeltasjes meeslepen. Continu afwassen. Maar vooral het vroegtijdig weg moeten uit vergaderingen, lunchwandelingen overslaan, gesprekken afbreken en allerlei andere sociaal vervelende situaties die in ieder geval mij niet het gevoel gaven weer onderdeel van de normale samenleving te zijn. Ze gaven me het gevoel dat ik twee keer zo hard moest werken en toch overal tekort schoot.
Ik snap heel goed dat mensen dat snel zat zijn en overstappen op flesvoeding. Ik snap ook dat het niet iedereen lukt om borstvoeding te geven, of dat simpelweg niet iedereen het wil. Ik heb ook vaak overwogen om er mee te stoppen, ware het niet dat er nog iets is waar ik geen enkele moeder over hoor praten en waardoor het me maanden kostte om te begrijpen waarom ik zo hardnekkig aan borstvoeding vasthoud.
Bij borstvoeding wordt telkens benadrukt hoe belangrijk het is voor de binding tussen moeder en kind. Een baby’tje heeft je zachte, warme huid nodig om zich veilig en vertrouwd te voelen. Maar de moeder? Die heeft geen baby’tje nodig. Haar enige doel is om voedingsstoffen in het baby’tje te krijgen. Als het over zwangerschap en bevalling gaat wordt er altijd eerst vanuit de baby geredeneerd en pas dan vanuit de moeder. En als het om de moeder gaat, gaat het vooral over of zij wel praktisch in staat is om goed voor haar kind te zorgen, niet wat zij emotioneel nodig heeft.
In een podcast van Mom&co hoor ik dat er voor het kunstvoedingstijdperk maar één reden was om te stoppen met borstvoeding: als je kind was overleden. Stoppen met borstvoeding doet iets met je hormoonhuishouding en daar kun je verschrikkelijk depressief van worden. Maar ik wil het niet over hormonen hebben, want dat slaat elke discussie over zwanger- en moederschap dood. Wat ik wil zeggen, is dat niet alleen mijn baby de borstvoeding nodig heeft, maar ik ook.
Ik heb het nodig om de overgang naar het moederschap te maken. Niet omdat ik borstvoeding als het vloeibare goud beschouw, niet omdat ik het oermoedergevoel in mezelf zoek, niet omdat ik alleen maar natuur wil en niks kunstmatigs, maar gewoon omdat een kind krijgen zo groot is. Dat geldt voor vaders (of partners), maar vooral voor moeders, die emotioneel en fysiek drie keer binnenstebuiten worden gekeerd.
Van de een op de andere dag was ik zwanger en negen maanden later was daar een kindje. Dat zijn markante gebeurtenissen die verwerkingstijd vragen. En die verwerkingstijd overbrug ik met melk. Met iedere borst die ik geef voel ik me een klein beetje meer moeder. Met iedere borst wordt ook het moeder-zijn een klein beetje meer onderdeel van mezelf. Natuurlijk kan dat op allerlei manieren. Je kunt je baby knuffelen, leuke dingen samen doen, zingen in moedercirkels, cacaoceremonies vieren, naar babyzwemmen en babyspa en leuke schattige babykleertjes kopen. Maar voor mij is borstvoeding een van de belangrijkste.
Ik ben blij dat het nu eindelijk, na tien maanden, overzichtelijk wordt. Dat het niet meer elke drie uur hoeft. Dat ik straks niet meer op mijn werk hoef te kolven. Dat ik me geen zorgen meer hoef te maken over teruglopende productie, borstweigeren, borstontsteking en al het andere gedoe dat bij borstvoeding hoort. Ik ga er niks aan missen als het ophoudt, maar ik had het nodig en ik hoop dat het ochtend- en avondvoeden nog een tijdje blijft.
Ik zorg voor mezelf door borstvoeding te geven. Ik zorg er voor – net als alle moeders, welke keuze ze ook maken – dat ik het moeder-worden een warme plek kan geven.
[Op de headerfoto: Heike – drie dagen oud – ik en de kraamhulp, die ons helpt om de borstvoeding goed op gang te krijgen, Heike aan de ene borst, een Haaka aan de andere om mijn toenmalige overproductie op te vangen.]
