Het is vrij eenvoudig om van je smartphone af te komen. Je zet de fabrieksinstellingen terug, gooit het ding in een elektronicabak, en het is klaar. Fantaseer jij daar wel eens over? Ik wel. Dagelijks. En steeds moet ik concluderen dat dat bevrijdend klinkt, maar ook gewoon erg onhandig is. Daarom heb ik een andere fantastische oplossing verzonnen.
Al in 1850 schreef natuurfilosoof Henry David Thoreau hoe mensen een gereedschap van hun gereedschap geworden waren – inmiddels zijn we met ons gereedschap vergroeid. De reden dat zoveel mensen heimelijk van hun smartphone af willen, is dat het ding ons niet leuker of socialer maakt en ons zeker geen tijd bespaart.
Ja, het is erg handig, bij vlagen, maar het is vooral afleidend en geestdodend. Voor sommige mensen zelfs verslavend. Hoe vaker je je telefoon checkt, hoe groter de behoefte wordt om dat te pas en te onpas te doen. Hoe vaker je jezelf op saaie momenten afleidt, hoe meer je er ook op momenten die er wél toe doen niet echt bent. Hoe meer tijd je in de ideeënwereld van iemand anders doorbrengt, hoe fantasielozer je eigen wereld wordt.
Ik kijk graag stiekem op het scherm van andere mensen mee om te zien in wat voor bubbel zij zitten, en iedere keer denk ik: wat een sneue bedoening. Als ik vervolgens van een afstand naar mezelf kijk, kan ik niet anders dan dezelfde conclusie trekken. Dat ik mijn bubbel toevallig erg interessant vind, betekent niet dat mijn scrollgedrag wel de moeite waard is. Maarja, wat doe je er aan?
Je moet jezelf een beetje tegen collectieve dommigheid in bescherming nemen. Dat doe je door de verleiding minder groot te maken. Er zijn bijvoorbeeld mensen die alle meldingen op hun telefoon uitzetten, social media-en nieuwsapps verwijderen en vaste telefoontijden met zichzelf afspreken. En ik weet inmiddels uit ervaring dat dat verstandig klinkt, maar niet altijd werkt. Het moet echt wel wat drastischer om het beloningssysteem, dat zo’n gevoelige plaats in je hersenen inneemt, uit te schakelen.
Zelf ben ik het meest gevoelig voor scrollgedrag onderweg. Ik merk dat ik in de trein, op de fiets, maar ook in het bos steeds vaker nog ‘even’ iets opzoek. En steeds vaker check ik dan ook ‘even’ of ik nog iets gemist heb, of zet ik die foto van mijn boswandeling meteen maar op Instagram. Thuis vind ik mijn telefoon niet interessant genoeg, daar zijn andere dingen te doen, maar als het saai wordt, kan ook ik me slecht beheersen. Dat moest maar eens afgelopen zijn.
Uit mijn slechte gewoonte destilleerde ik het nieuwe tegengif: ik heb mijn internetabonnement geschrapt.
Geen databundel meer op mijn telefoon, alleen belminuten. De telefoon is weer een ouderwetse telefoon. Ik kan er onderweg niks mee. Als ik internet wil, moet ik moeite doen om een wifi-netwerk te vinden. Wifi in de trein werk toch 60% van de tijd niet (vooral niet tussen Arnhem en Utrecht). Wifi op kantoor werkt ook nooit – happy days. Ik vind met Wifi verbinden al zo’n stap dat ik denk: laat maar, ik regel het later wel. Negen van de tien keer blijken dingen later niet belangrijk meer.
En voor wie daar gevoelig voor is: het scheelt ook geld. Mijn nieuwe abonnement kost zeven euro. Dat is voor onbeperkt bellen en sms’en. Voor een limiet van 200 belminuten betaal je zes euro. Ik moest van provider wisselen, want er zijn maar twee providers in Nederland waar je een abonnement zonder internet kunt bestellen: Ben en Simyo. Gemiste kans voor de andere providers, want na deze blog gaat natuurlijk iedereen overstappen.
Geen internet betekent dat ik onderweg alleen nog telefonisch en per sms bereikbaar ben. Geen ‘waar ben jij-ik ben al vertrokken-kijk leuke foto!-ik ben er nu-kijk nog een foto!-waar ben jij nu-ik verveel me, hier is nog een foto-ik ben er over vijf minuten-berichten meer in Whatsapp.
Het betekent ook dat ik weer ouderwets voorbereid op pad moet. Bewust boeken en podcasts downloaden in plaats van eindeloos bladeren. Screenshots maken van verzendlabels. Vooraf kaarten downloaden. Briefjes met treintijden schrijven. Dat soort dingen. Of niet. Dan ga ik weer dienstregelingen lezen, vraag ik onderweg eens iets aan een ander of kom ik er bij aankomst achter dat een winkel op maandag gesloten is. Het zal wat inefficiënter worden, maar inefficiëntie is belangrijk. Waar inefficiëntie is, is aandacht. Waar aandacht is, is leven.
