Wegwerpbaby (of een minimalistische uitzet)

Onder het mom van ‘je wilt wel het beste voor je kind’ kopen mensen massaal het slechtste voor hun kind. Ik moet bijna huilen als ik door de Babypark/Prénatal/Babydump/enz. scroll. Goedkope rotzooi, wegwerpkwaliteit, gemaakt met vervuiling, misbruik van grondstoffen en uitbuiting van mensen. Hoezo het beste voor mijn baby? Wat voor wereld blijft er met de productie van zoveel troep voor hem of haar over?

Spullen, spullen, spullen

Het is te makkelijk om spullen te kopen waar uiteindelijk niemand gelukkig van wordt. Met kleding, reizen of de bouw van het huis lopen we er al tegenaan, met een baby des te meer. Al vroeg in de zwangerschap krijg je een uitzetlijst voor de kraamperiode met spullen die je móet hebben omdat de kraamhulp anders boos wordt. Denk aan kleertjes, een plek om te verschonen en te badderen, bed en beddengoed en luiers. Daar komen dan bij: positiemode, nog meer babykleertjes en allerlei parafernalia waarvan je niet eens wist dat ze bestonden.

Babyspullen worden een paar dagen, weken of maanden gebruikt en zijn dan weer overbodig. Je zou denken dat er een goede tweedehands markt voor is, en er is ook veel dat wordt doorgegeven of doorverkocht, maar de babydumps zijn zo strak georganiseerd dat het wel heel aantrekkelijk is om daar ook van alles te kopen. Hetzelfde geldt voor eco-webwinkels. Wat een mooie, zachte, vriendelijke spullen hebben ze daar! Hebben, hebben! Er wordt ook gebruik gemaakt van je onzekerheid en de informatie-overload waar je als aanstaande ouders mee geconfronteerd wordt. De babydumps (net als Hema en Ikea) helpen je graag met een complete uitzetlijst waar je niet bij na hoeft te denken en die je in één keer kunt bestellen. Spullen die comfortabel, mooi vormgegeven, goed in de markt gezet en onnodig zijn. Waarom zijn die winkels de norm? Waarom mogen ze überhaupt bestaan?

Ik dacht dat tweedehands spullen inmiddels hip en happening waren. Het verkoopplatform Vinted komt al verdacht dicht bij het gemak van een gangbare webwinkel. En er lijkt steeds meer waardering te komen voor spullen met verhaal, karakter, enz. Toen ik twee wollen pakjes kocht op Vinted kreeg ik een lieve reactie: wat fijn dat je er blij mee bent, die heeft mijn moeder zelf gebreid! In mijn bubbel is tweedehands helemaal de bom. Maar in een column van De Volkskrant lees ik dat veel mensen dat voor babyspullen nog steeds vies vinden. Vies? Plastic wegwerpspullen zijn vies, net als met gif platgespoten katoenen truitjes.

Het (verborgen) probleem is dat alles wat geproduceerd wordt ten koste gaat van onszelf. Het lijkt belangrijk dat wij het goed hebben, van alle gemakken voorzien zijn en schattige dingen in huis hebben, maar het is veel belangrijker dat onze omgeving leefbaar, gezond en schoon blijft. In een wereld waarin dingen zo goedkoop mogelijk moeten zijn, of zoveel mogelijk status moeten hebben (want er is ook héél veel dure baby-rotzooi), gaat dat áltijd ten koste van de kwaliteit van ons eigen leven. Misschien zie je het niet omdat het elders geproduceerd wordt, of merk je er nog niets van omdat we in Nederland genoeg geld hebben om problemen naar de toekomst te verplaatsen, maar het gebeurt overal om ons heen en gaat steeds meer ongemak opleveren. Het lijkt dus alsof we met al die aankopen goed voor onszelf en onze familie zorgen, maar we doen het tegenovergestelde.

We hopen dat er voor de volgende generatie nog wat leefbare wereld, natuur, onvervuilde grond en schone lucht overblijft

Hoe dan wel?

Het beste wat je voor je kind kunt doen, is zo min mogelijk spullen kopen. Met die gedachte ga ik te rade bij twee soorten hippies: de afdeling natuurlijk moederschap en de tiny housebeweging. Ik hoop dat iemand me er van kan overtuigen dat veel spullen wel op de baby-uitzetlijst staan, maar in de praktijk niet nodig zijn.

Het natuurlijk moederschap gaat daarin inderdaad all-out. Een baby heeft alleen liefde, voeding en warmte nodig. Die filosofie. En dat is natuurlijk helemaal waar, maar een ouder, grootouder of oppas hebben iets meer nodig dan dat, anders wordt voor een baby zorgen wel een hele fikse taak. Neem bijvoorbeeld het idee van Baby Zindelijkheids Communicatie (dit wordt serieus afgekort tot BZC), een manier van verzorgen waarbij baby’s geen luiers dragen. Dat doen ze tenslotte in veel niet-westerse landen ook en het scheelt een hoop afval. Je houdt je baby goed in de gaten, en als je ziet dat die moet poepen of plassen, zet je haar op een pot (of in de tuin). Ik geloof best dat dat werkt (in de zomer), maar wie gaat die communicatie trainen? Moet ik dan full time thuisblijven? Ik zie Erik er niet aan beginnen, mezelf ook niet, laat staan de grootouders en de oppas. Een baby is onderdeel van een groter netwerk van familie, verzorgers en de maatschappij, ook dat is natuurlijk. Maar dat netwerk is doordrongen van hetzelfde babydump-gemak en daar kan ik in mijn eentje niet tegenop zonder er aan onderdoor te gaan.

In de tiny housewereld (#tinybaby) hoop ik wat praktischere adviezen te vinden. Wat me direct opvalt, is dat niemand zegt: ‘die spullen heb je inderdaad niet nodig’. De weinige spullen die sommigen toch als overbodig bestempelen, hebben bij even verder denken ook hun nut. Neem een commode. Niet nodig, want je kunt een kind ook op tafel verschonen. Maar het voordeel van een commode is dat je meteen een plek hebt om babykleren en luiers op te bergen. Een badje is ook niet echt nodig, je kunt met je kind douchen of haar in de gootsteen zetten. Maar een badje kun je makkelijk verplaatsen, kost weinig water en is een mooie manier om grootouders en andere verzorgers met de baby te laten bonden. Het komt er dus op neer dat je vrijwel alles nodig hebt, en de manier waarop minimalisten daar mee omgaan, is door spullen te zoeken die slim opbergbaar, multi-inzetbaar, klein, zuinig en analoog zijn. Denk aan wiegjes met een zij-opening zodat je onder een lage vide makkelijk bij je kind kunt, opvouwbare badjes en opklapbare verschoontafels. In ons huis is dat niet per se nodig, want met onze 53+m2 hebben we genoeg ruimte voor inefficiëntie.

Aan Erik dus de schone taak om met de fietskar naar Arnhem en Wageningen te rijden en tweedehands spullen op te halen. Kruiken, een mooie Zweedse commode van 30 kilo, een te-lelijk-voor-woorden grijs babybad op standaard dat iemand nog op zolder had staan. Bij een voormalig collega mag ik vier zakken babykleding uitzoeken. Ik leg alles met ‘I love daddy’, ‘Stoer’ en plaatjes van tractors/auto’s/scooters/vliegtuigen aan de kant en neem de rest mee naar huis. Op Vinted koop ik een paar specifieke dingen, zoals overbroekjes voor wasbare luiers en wollen rompertjes van fancy merken die anders onbetaalbaar zijn.

Er zijn een paar dingen die ik bewust wel nieuw koop. Hydrofiele luiers en beddengoed, omdat ik biologisch katoen wil. Katoen wordt anders platgespoten met chemicaliën, het is een van de meest vervuilende onderdelen van de textielindustrie, en die chemicaliën zijn er na een paar keer wassen niet uit. Ook koop ik een matras zodat ik zelf een wieg kan knopen van bezemstelen en biologisch katoentouw. Een Haakaa, een soort bakje waarin je moedermelk op kunt vangen. Een waterdichte zak voor de vieze luiers. En een rectale thermometer die de baby in de kraamtijd nodig heeft. Uiteindelijk doe ik maar een paar impulsieve schattigheidsaankopen: een hydrofiele doek met een walvis erop, een walvis-knuffel en een zwembroekje met guppy’s (babymarketing met vissen werkt!).

Net als volwassenen hebben baby’s een impact die je niet tot nul kunt reduceren. Dat is ook niet mijn doel. Het voelt simpelweg goed om de wereld zo leefbaar mogelijk te houden.

2 reacties op “Wegwerpbaby (of een minimalistische uitzet)”

  1. Gefeliciteerd! Wat ik ooit van aanstaande ouders heb begrepen is dat ze nieuwe spullen willen voor een nieuw leven. Goed om te horen dat er mensen zijn die wel bewust leven. Van de Millenials die over de hele wereld vliegen om hetzelfde instagram plaatje te schieten moeten we het helaas niet hebben.

    1. Wij hebben andere mooie gebruiken en gedachten om stil te staan bij ons nieuwe leven :)