In Heerhugowaard is een plaats waar je sjamanendrums kunt bouwen. Je fietst van het station langs een drukke weg, rechts het iconische kantoor van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, links een stapel rijtjeshuizen, tot je bij een schuurtje komt vol dierenhuiden en houten frames. Daar helpen Stefanie en Mark, die in hun vrije uurtjes Drum je Rust runnen, je om je drum vorm te geven.
Ik wil al jaren een drum bouwen, ik kan alleen geen goede reden bedenken om het daadwerkelijk te doen. Wat wil ik met zo’n drum bereiken? Ga ik er echt op spelen, en voor wie dan? Heb ik niet genoeg muziekinstrumenten? Ik heb toch geen speciale band met het sjamanisme? En waar laat ik het in mijn minimalistische huishouden? Tot mijn leven in korte tijd in een hectische toestand verandert en ik ineens een drum móet bouwen. De trilling van een drum is heel rustgevend, vooral als je er zelf op speelt, vooral als je er je eigen energie in mag stoppen. En ik wil meer van het aardse. De huid, het hout, het ritme.
Een drum bouwen betekent vooral knoop- en sjorwerk, want de huid moet zo strak mogelijk rond een frame gespannen worden. Wat me aanspreekt bij Drum je Rust is dat ze een dertienkantig frame en een speciaal snelspansysteem gebruiken waardoor de drum kwalitatief sterk is en een goede resonantie krijgt. En wat ik belangrijk vind, is dat ze respectvol met de huiden omgaan. Er is geen keus uit twintig soorten, zoals ik bij andere workshops zie, maar uit vier, die in onze achtertuin rondlopen: edelhert, damhert, geit en paard.
Drie weken voor het bouwen, mag ik een huid kiezen zodat Stefanie de tijd heeft om deze schoon te maken en in de week te leggen. Edelhert, denk ik meteen. Ik wil edelhert. Ik bedenk een nuchter verhaal over hoe het edelhert me verbindt met de omgeving waar ik woon – de Veluwe. Pas later komt de symboliek. Rust, bescherming, kracht, jezelf laten zien, de grond onder je voeten. Een drum bouwen is een mooi fysiek en primitief gebeuren, maar ook een mentaal en emotioneel proces, tenminste, als je bereid bent om volgens de sjamanistische traditie de drum als een verlengstuk van jezelf te zien.
Het bouwen kost een volle dag. De huiden en de frames liggen klaar, het is aan ons om het frame te schuren, de huid uit te snijden, op het frame te knopen, te spannen en te scheren. Het ontvangen van de huid is een bijzonder moment. Ik heb nooit een edelhert vastgehouden. De huid is zeker een halve vinger dikke leerlaag met stugge, roodbruine haren – een echte najaarsvacht. Ik neem er even de tijd voor, het is niet vanzelfsprekend om een dier op schoot te hebben en het voelt wat gek om er meteen in te gaan snijden. Toch moet in de loop van de ochtend de vaart erin want het knopen en spannen kost meer tijd dan je zou denken. Het is een zware klus waarbij we zo nu en dan wat hulp krijgen van Stefanie en Mark om alles nog nét wat strakker te trekken.
Tijdens het vastsjorren van de touwtjes, realiseer ik me dat het logisch is dat ik dit in Heerhugowaard doe. Want Heerhugowaard ligt binnen de Westfriese omringdijk, op mijn geboortegrond, als ik de afgelopen 600 jaar van mijn stamboom mag geloven. En waar kun je beter aarden dan daar waar je wortels liggen? Dat het nu een niet-meer-zo-mooi strakgetrokken stuk land met kassen en industrieterreinen erop is, maakt voor het gevoel even niet uit. De grond onder mijn voeten is in essentie nog dezelfde.
Pas tegen vijven zit het spannen erop en kunnen we de vacht scheren. Dat is nodig omdat het anders klinkt alsof je op een kussen slaat. De roodbruine haren maken plaats voor de huid eronder die grijs is en hier en daar littekens heeft. De littekens vind ik mooi, de drum leeft. Maar over de huid loopt ook een bruine lijn door het midden en links en rechts daarvan staan lichtbruine stippen. Dat is bijzonder volgens Stefanie, omdat meestal alleen damherten stippen hebben. Ik wilde geen stippen maar – verrassing – ze zijn er toch. Ik ben de sjamanistische boodschap daarachter nog aan het ontcijferen.
Met mijn drum in een grote tas rijd ik op de ov-fiets terug naar het station. Ik kan geen reden meer bedenken waarom ik géén drum zou bouwen, zo blij ben ik er mee. Ik kan niet wachten om er op te spelen, maar omdat de huid nog nat is, moet hij thuis eerst ruim een week drogen. Ik geef de drum een prominente plaats op de houtkachel, die toch nog niet aan is, zodat ze thuis kan komen. Of wij thuis kunnen komen, want daar gaat de drum bij helpen. Ze verspreid een geur van hert en diepe klanken door ons huis.
