Afgelopen winter schreef ik een magisch tienjarenplan. Magisch omdat de dingen in zo’n plan vaak lijken uit te komen. En tien jaar omdat je je daar nog wel enigszins een voorstelling van kunt maken maar het ook ver genoeg is om groots te dromen. Een tienjarenplan schrijf je in één dag, in een soort ononderbroken flow. En serie vragen leid je door je verbeelding: waar woon je? Wat doe je? Hoe ziet je dag eruit? Welke droom is uitgekomen?
De setting
Ik schreef mijn plan tijdens een Wild woman writing retreat, georganiseerd door Flora, een Amerikaanse geboortebegeleider (doula) die in ons dorp woont en bezinningsdagen organiseert waarbij je je kinderen gewoon mee kunt nemen of aan de borst kunt hangen. Dat alleen is al fantastisch. Natuurlijk was Heike er niet de hele tijd bij, want dan zou er weinig van een tienjarenplan terechtkomen. Om groots te kunnen dromen, is het goed een aantal uur ongestoorde tijd te hebben.
Het tienjarenplan is een oefening die is bedacht door onderwijzer Milton Glaser, voortgezet en verder uitgewerkt door Debbie Millman. Ieder jaar geeft ze deze opdracht aan haar studenten: droom groot, bewerk je tekst achteraf niet en wees voorzichtig met wat je wenst (want het zou wel eens uit kunnen komen).
Door je je leven over tien jaar voor te stellen, zegt Debbie, ga je voorbij de impuls om te plannen en te oordelen en is er meer ruimte voor je grootste verlangens.
Mijn tienjarenplan werd een 19 A5-pagina’s tellend handgeschreven essay in een ouderwets grijs gelinieerd schrift. Het begint zo: “20 januari 2034. Ik ben 43. Erik is 44. Heike is bijna 11. Het is 07:00.” Alleen die getallen brengen mijn gedachten al op hol. 43! Heike bijna 11! En dan? En dan?
Alle zeventien dromen die Debbie beschreef, bleken tien jaar later uitgekomen. Hetzelfde ziet ze bij haar studenten. Mijn cynische geest komt meteen met een hoop argumenten op de proppen om het tienjarenplan te ontkrachten. De belangrijkste is: het leven is toch niet maakbaar? Maar dat is het tot op zekere hoogte natuurlijk wel.
Misschien schrijf je dingen waar je je hele leven al naartoe werkt, maar die je in de waan van de dag steeds vergeet. Waarschijnlijk kies je richting, en ga je op weg om die te volgen. En zodra je richting kiest, leidt dat ergens toe. Het is een vorm van manifesteren, het idee dat wat je aandacht geeft groeit. Manifesteren is nogal populair vandaag de dag, en er worden allerlei ‘magische’ eigenschappen aan toegekend. Maar het helpt simpelweg om dromen tastbaar te maken. En het is leuk om zo vrij te mogen denken en associëren.
De opdracht
Neem een schrift. Neem een pen of een potlood. Schrijf bovenaan de pagina de datum tien jaar na vandaag.
Beantwoord de eerste vragen: Hoe ziet je leven eruit? Wat doe je? Waar woon je? Met wie woon je?
Wees specifiek, schrijf tot de inspiratie op is. Neem korte pauzes om voor je uit te staren en laat de antwoorden komen.
Wat wil je? Wat lees je? Wat maak je? Waar word je enthousiast van? Hoe voel je je?
Neem lange pauzes om te lunchen, te wandelen, de vragen te laten bezinken en met frisse energie te voelen wat er nog leeft.
Hoe ziet je dag eruit, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat?
Droom groots en zonder terughoudendheid! Niemand leest dit behalve jij. Je hoeft niets te bewijzen en je nergens voor te schamen.
Waar verlang je naar?
Lees het ieder jaar
Daarna – en dat vind ik interessant – lees je het ieder jaar door. Je leest het en legt het weg, je wacht, je laat je grootste dromen hun werk doen. Ik deed deze oefening altijd al in het klein, waarbij ik mijn wensen, ideeën en inspiratie samenvatte, herformuleerde, aanvulde en kopieerde van een vol naar een nieuw notitieboek. Maar deze oefening is anders. Specifieker. Groter, verder, een heel essay vol verlangen.
Belangrijker dan dat al je dromen uitkomen, is het gevoel dat je ergens bewust naartoe leeft. Een andere vorm is de ‘waslijnsessie’ die Erik en ik eens in de zoveel tijd doen om onze gezamenlijke dromen helder te krijgen en uit te werken. Daarover meer in deze post.
