Opnieuw beginnen: wat ga ik nu doen?

Vandaag is de eerste dag van mijn nieuwe baan als natuurpelgrim, wildernisgids en schrijver. Ik zeg het maar gewoon, die grote woorden, dan gaat het misschien vanzelf wat minder onwennig voelen.

Donderdag was mijn laatste werkdag als duurzaamheidsadviseur. Ik legde de laatste hand aan een document voor een circulaire sluis, ik dronk de laatste thee met collega’s en gaf de laatste presentatie over klimaatneutraal werken. Mijn kluissleutel en veiligheidsschoenen lagen al bij het servicepunt op het bureau. Het is de tweede keer dat ik ergens wegga, deze keer niet na acht jaar maar na anderhalf, en ik weet steeds beter wat ik wil.

De meestgestelde vraag van de afgelopen maand was: en wat ga je dan doen? Iedereen kreeg een ander antwoord, afhankelijk van mijn gemoedstoestand, zijn gemoedstoestand, hoeveel ik geslapen had en waar ik op dat moment aan dacht.

Waar ik zelf veel meer mee bezig was, is: waarom houd ik dit niet vol? Wat is er mis met mij? Wat is er mis met dit werk?

Het dode paard en de burn-outmaatschappij

Ik herinner me een van de sollicitatiegesprekken die ik voerde, twee jaar geleden, bij een ander bedrijf. Ik werd gebeld dat ik het niet geworden was.
‘We denken niet dat circulaire economie echt jouw ding is. We denken dat iets met natuur beter bij je past,’ kreeg ik terug.

Maar wat dan? En hoe? Ik wist niet zeker of ze wel gelijk hadden, want ik had bewust aard- en milieukunde gestudeerd, en geen ecologie of biologie. Ik had wat tijd nodig om het zelf uit vinden.

Ik wilde leren hoe je duurzaamheid groots aanpakt, in miljoenenprojecten. Bij een ander bedrijf wilden ze me graag hebben. Ik bleek er ook erg goed in. En ik ben blij dat ik het anderhalf jaar gedaan heb omdat ik er verschrikkelijk veel van geleerd heb.

Alleen hield ik het dus niet vol. Deels had dat niks met de inhoud te maken. De werkdruk was in combinatie met het jonge moederschap nogal hoog en ik voelde me de kanarie in de kolenmijn van de burn-outmaatschappij – die doorlopende stress van ad-hoc klussen, van nooit-iets-af-kunnen-maken, van alleen op je eigen eiland zitten en door een onzichtbare hand steeds weer in het diepe gegooid te worden. Ik ken veel mensen die het niet volhouden, alleen zijn de meeste mensen niet in de gelegenheid om dat toe te geven, en een andere weg in te slaan.

Deels had het alles met de inhoud te maken. Mijn ex-collega’s werken keihard vanuit een diep ideologisch gevoel van noodzaak. Het is de enige manier waarop ook ik kan werken, waarop je zoiets volhoudt. Alleen voelde het voor mij alsof ik met alle energie die ik er in stopte aan een dood paard trok, omdat de maatschappij die we hebben gebouwd een dood paard is. Het viel me niet mee om een manier van leven te verduurzamen – met auto’s en industrie en beton en staal – waar ik eigenlijk niet in geloof. Ik denk dat dit werk, als we over honderd jaar terugkijken, belangrijk blijkt te zijn geweest, maar het is niet het werk dat ik moet doen.

En zo stelde ik mezelf na een jaar de vraag: zal ik blijven zitten tot ik een burn-out krijg en word begeleid om langzaam weer terug te komen in een wereld waarvoor ik niet wil werken? Zou ik dan niet zelf het dode paard worden?

Dan liever de kanarie. Ik voelde me daardoor naar aanloop van mijn ontslag wel maandenlang een drop-out. Maar geleidelijk kwam het nieuwe antwoord alsnog, ik moet inderdaad ‘iets met natuur’ gaan doen.

Nu voel ik me steeds meer een start-up. Een zonder sluitende business case en zonder de ambitie om te groeien ten koste van de natuur – dat wel. Maar waar ik desondanks toch vertrouwen in heb, omdat ik er vertrouwen in heb dat er wat belangrijks in mijn alternatieve manier van leven zit.

Wat ga ik dan doen?

Ik ga beginnen met heel veel wandelen.

Ik ga wandelen tot mijn lichaam de vermoeidheid is vergeten, en dan ga ik wandelen tot het leven terugkomt en dan blijf ik wandelen omdat er niks ongezonder is dan sneller te bewegen dan de menselijke maat – of trager.

Ik ga wandelen en als ik een paard tegenkom, zal ik er naast blijven lopen, en er niet op gaan zitten.

En voor wie gewoon wil begrijpen hoe ik mijn dagelijks leven ga doen, zonder metafoor- en toekomsttaal heb ik deze vier functieprofielen:

Schrijver. Ik ga drie ochtenden per week schrijven aan mijn boeken-die-ooit-afkomen. Daarvoor maak ik lange wandelingen, zit ik bij bosvijvers, luister ik naar vogels en praat ik met bomen. Misschien mag ik mezelf op een dag ook kunstenaar noemen.

Bijbaan. Ik ga een dag in de week in een buitensportwinkel werken, want na een eerder jaar vrij waarin ik mijn spaargeld opat, nam ik me voor om de volgende keer een bijbaan te nemen. Een bijbaan is trouwens ook nodig om de kinderopvang te kunnen blijven betalen.

Wildernisgids. Ik ga als zelfstandige voor NatuurWijs werken, een stichting die basisschoolklassen mee naar buiten neemt. Ik ga weer bivakweekenden organiseren, zodra ik een betaalbare, flexibele boslocatie heb gevonden waar dat kan (suggesties welkom!)

Moeder. En, last but not least, ben ik twee dagen in de week met onze kleine Heike, zodat die niet alleen de binnenkant van een kinderopvang en haar slaapkamer ziet, maar ook de rest van de wereld.

Het belangrijkste is dit

Ik zie een kans om weer wat meer naar mijn eigen definitie van succes te gaan leven – of die van ons gezin – en niet die van de maatschappij om me heen. Een definitie die, vermoed ik, meer mensen met me delen dan ze durven toegeven in een voortdenderende wereld die het tegenovergestelde van ons lijkt te vragen dan we nodig hebben.

Start hier je reis naar buitenleven, eenvoud & bezieling

Gratis e-book Naar de Basis

Een kleine gids naar buitenleven en natuurverbinding – direct beschikbaar na bevestiging in je mailbox

Met max. zes keer per jaar de nieuwste verhalen en activiteiten

Geen marketingdrukte. Uitschrijven kan altijd. Gewoon af en toe iets dat de moeite waard is.