Zodra ik hun geboortekaartje uit de papieren envelop scheur, voel ik een steen in mijn maag. Ik heb een dochtertje van twee, er is in feite niets aan de hand, maar wij waren samen zwanger en zij hebben al een tweede.
Ons kleine gezin staat op het punt om een weekend te gaan zeilen en in mijn praktische efficiëntie schrijf ik meteen een kaartje terug: wat mooi, wat heerlijk, wat wens ik jullie een fijne kraamtijd toe! Ik meen het met heel mijn hart én inwendig huil ik.
Zij hebben al een tweede. Wij hebben het nog niet eens geprobeerd. Ik heb nooit twee kinderen gewild, maar sinds een tijdje twijfel ik daar dagelijks aan. Het verlangen naar nog eentje is ongemerkt mijn lichaam binnengeslopen. Zodra ik het ontwaar, in de chaos waaruit het opborrelt, overdenk ik mijn postnatale identiteitscrisis, en dat er rationeel geen enkele geldige reden is om een tweede kind te willen, maar zij had dat verdorie ook! En zij heeft een weg gevonden, blijkbaar.
Mij lukt het allemaal niet zo. Een half jaar nadat onze dochter geboren werd, begon ik weer met werken. Anderhalf jaar later zegde ik totaal opgebrand mijn baan op. Ik had me ziek kunnen melden, maar ik wilde niet door een vermoeiend traject met een werkgever waar ik sowieso weg wilde. Ik ging naar een psycholoog, kreeg EMDR-therapie, praatte met een coach, ging naar een lichaamstherapeut, loste het verder zelf wel op, dacht ik. Maar nu is dat kaartje ons huis binnengekomen als het stille bewijs dat ik helemaal niets opgelost heb.
Ik zit wiebelig en met trillende handen op de boot. Als we thuiskomen zit ik wiebelig en met trillende handen op de bank. In een poging om maar weer normaal te doen, laat ik de risotto aanbranden en veeg ik per ongeluk mijn trompet van het aanrecht die met een klap op de vloer valt en onbespeelbaar beschadigd is. Terwijl mijn dochter een stuk boter van de snijplank grijpt moet ik aan de telefoon met mijn man nog net niet huilen terwijl ik zeg dat ik er helemaal klaar mee ben. Ik weet niet zo goed waar ik precies klaar mee ben want ik heb geen seconde rust om dat te doorvoelen.
Het ligt niet aan onze dochter dat ik het niet aankan. Al voor zij geboren werd, rekte ik mijn zenuwstelsel tot de toppen van mijn kunnen, alleen waren er toen de zeeën van tijd en stilte ter ruimschootse compensatie. Een paar keer per jaar nam ik vrij, pakte ik mijn fiets of rugzak, verdween in mijn eentje in het bos en kwam gereset weer thuis. Nu kan ik niets meer hooghouden en nergens voor wegduiken.
We snoeiden in ons uitgavenpatroon zodra ik stopte met werken. Ik begon een creatieve onderneming. Om mezelf daarvoor de ruimte te geven, ging ik een dag in de week in een winkel werken, zodat we de kinderopvang kunnen betalen. Het was eigenlijk wat ik al jaren wilde en nu leek me een goed moment. Maar een onderneming opzetten en creatief werk doen vraagt zoveel kwetsbaarheid en vertrouwen, dat ik me er iedere dag doorheen worstel. Ik heb er vierhonderd euro in een jaar mee verdiend en nog steeds niet het boek gepubliceerd waar ik al mijn hele leven aan werk.
Ik was wel trots, eerst, dat we op één salaris kunnen leven, maar in mijn achterhoofd zit nu steeds vaker die andere stem: je bent een mislukte vrouw die op het geld van haar man leeft. Ooit studeerde ik cum laude af, verdiende ik meer dan hij, loste ik bijna een hele hypotheek in mijn eentje af, en ik merk nu dat die status me wel goed deed. Ik hoor het mijn ouders zo zeggen: ‘Je moet voor jezelf kunnen zorgen en anderen niet tot last zijn’.
Ben ik nu tot thuisblijfmoeder gereduceerd? Is het niet een beetje elitair om me daarvoor te schamen? Het probleem is dat ik me ook nooit echt moeder voel. Het altijd aan moeten staan, de continue chaos, het slaaptekort, het slinken van wat ik dacht dat ik zelf was tot een ingedroogde sinaasappel, vreet me vanbinnen langzaam op. Ik blijf empathisch. Ik ga met haar kamperen, zeilen, naar elke godverloren speeltuin in het dorp, en we zingen de hele dag liedjes. Ik laat haar uitrazen op mijn schouder als ze boos is en ik zit met haar op de bank om vier uur ‘s nachts als ze niet kan slapen. Maar moeder? Nee, dat ben ik niet. Ik heb tenslotte ook maar één kind, dat is niet genoeg om voor thuis te blijven, toch? Ben je niet pas moeder als je er tenminste twee hebt? En wat is dat eigenlijk voor onzinnige overtuiging? Waar komt die nou weer vandaan?
Als ik geen moeder ben, geen serieuze baan heb, geen succesvolle ondernemer en geen inspirerende kunstenaar ben, wat ben ik dan nog wel? Dat zijn de gedachten die door mijn hoofd gaan als ik eindelijk huilend naast mijn man op de bank zit en de spanning eruit vloeit. Heel even komt de woede terug die ik zo vaak voel: voor jou is verdomme niks veranderd behalve dat je leven wat drukker is geworden, met je fijne baan en je promotie en je fitte lichaam en je basistevredenheid alleen maar omdat jij een man bent. Daarna komt het hoge woord eruit: ik voel me zo mislukt omdat ik niet eens in staat ben om een tweede kind te krijgen.
Waarom schrijf ik dit allemaal op? Niet omdat ik medelijden zoek of om hulp schreeuw. Ik zal het eerlijk toegeven, ik kan de oppervlakkige commentaren niet meer hebben: het komt wel goed, het zijn ook tropenjaren, je moet gewoon niet zoveel willen, je doet het hartstikke goed, enz., enz. Ik heb allang de huisarts gebeld omdat ik weet dat ik het nog steeds niet alleen kan. Ik heb een invoelende man en vrienden met wie ik kan praten en ouders die de zorg voor onze dochter zo nu en dan op zich nemen en onze w.c. schoonmaken.
De belangrijkste reden dat ik dit schrijf, is dat het mij lucht geeft en ik weet dat anderen er herkenning en troost in vinden. Ik hoef geen oplossing en ik heb geen zin om het nog langer mooier op te schrijven dan het is. Ik hoef jou – mijn lezers – niet tegen mijn sombere gedachten te beschermen. Dat kunnen jullie heel goed zelf.
Een tweede reden is dat ik wil dat het internet (en de fysieke boekenwereld) overspoeld raakt met verhalen waarin het ouderschap, en het moederschap in het bijzonder, een meer realistische stem krijgt. Duizenden vrouwen gaan hier doorheen. Waarschijnlijk zijn het er veel meer maar ik doe een voorzichtige schatting. Laten we alsjeblieft ophouden te doen alsof we ons er maar overheen moeten zetten.
