Dertig jaar fietsen

Dertig jaar geleden werd ik geboren. Eerste kind. Hoera een dochter! Mijn moeder dacht dat ze een jongen zou krijgen, dan had ik Joost geheten, maar ik werd Mieke. Een dikke, blije baby die overdag niks wilde missen en ’s avonds lag te huilen om alle indrukken te verwerken.

Geboortedag: vrijdag 20 juli 1990
Tijdstip: 11:53
Geboortegewicht: 4020 g
Lengte: 52 cm
Kleur van de ogen: blauw
Haartjes: bruin

De eerste tien jaar

Mijn moeder hield de eerste 10 jaar lang van mijn leven een dagboek voor me bij, die ik een paar jaar terug gekregen heb. Het gaat over alledaagse dingen – familie, vakanties, mijn eerste stapjes – en over wensen, angsten en de grote gebeurtenissen van toen, zoals de Golfoorlog en de overgang naar een nieuw millennium. Zo kan ik een beetje reconstrueren hoe mijn wereld er voor mijn herinneringen uitzag. Voor deze blog heb ik de fietsfragmenten er uitgelicht.

Toen ik 5 weken oud was, ging ik voor het eerst mee fietsen. ‘We fietsen wat af samen’, schreef mijn moeder in haar dagboek. We gingen naar oma, het consultatiebureau, de winkel. Toen ik acht maanden was, mocht ik voor het eerst in het voorzitje. Ik lees: ‘… je zat te schreeuwen van de pret en met je beentjes te wapperen, die houd je nooit stil (vast van Kees)’. Ik had een avontuurlijke vroege jeugd.

a
5 maanden oud

We woonden in Andijk, een lang dorp aan het IJsselmeer, in een huis uit eind 1800 dat mijn ouders eigenhandig hadden opgeknapt. Mijn moeder werkte als verpleegkundige in het ziekenhuis, maar stopte met werken toen ze mij kreeg. Mijn vader was vrachtwagenchauffeur. Een paar jaar later, toen ik en mijn broertje wat ouder waren, draaiden ze de rollen om. Mijn moeder ging weer werken en mijn vader bleef thuis. In die tijd was dat bijzonder. Toen mijn vader op school langskwam om mijn verjaardagstraktatie af te geven, moest hij de hele middag blijven. ‘Wat leuk, een vader!’

De liefde voor het kamperen zat er al vroeg in. Omdat ik middenin de zomer jarig ben, vierde ik mijn verjaardag meestal op de camping. Toen ik één werd, dronk ik naast de tent de bierflesjes leeg. In die goede oude tijd kon dat nog gewoon.

Eén jaar oud

‘We zijn dit weekend wezen kamperen’, schrijft mijn moeder. ‘Lekker het hele weekend buiten, je kon zien dat je genoot.’ Ze hadden een campingbedje voor me meegenomen, zo’n ding dat je in kon klappen. Ik ging daarin rechtop staan en kon dan net met mijn hoofd over de rand kijken. De grootste lol had ik als er iets mis ging: ‘Op een gegeven moment stortte je bed ook nog in elkaar, toen had je helemaal pret en was je meteen klaarwakker’.

In de zomer van ’93 kampeerden we in Drenthe. ‘Duitsland’, noemde ik dat. Ik kreeg mijn eerste wandelschoenen. Dat waren ‘schoenen met tanden’. De dagen waren simpel. Mijn ouders lazen een boek en ik gaf de paddenstoelen water.

3 jaar oud

Toen ik vier jaar oud was, gingen we voor het eerst met de fiets op vakantie. Twee dagen voor vertrek kochten mijn ouders een fietskar zodat alle spullen mee konden.

De reis ging naar Friesland, Drenthe en Overijssel. We deden niks groots, maar het was één groot feest, met de boot van Enkhuizen naar Stavoren (‘Wow, we zijn in het buitenland!), zelfgesmeerde broodjes in de speeltuin, slapen in de ‘lichtgewicht’ katoenen tent. Ik lees: ‘Jullie zaten allebei voorop in ’n zitje en jullie hebben steeds gezongen en ’n schik dat jullie samen hadden.’

Vonden we dan niks stom? Jawel, het spookhuis op het amusementspark. In het dagboek staat: ‘Dat was geen succes want jullie hebben alles bij elkaar geschreeuwd en de karretjes bleven maar rijden. ’s Nachts hebben jullie de hele camping wakker geschreeuwd, iedereen had ’t gehoord, behalve de mensen naast ons, die hadden hun gehoorapparaat uit.’

Willekeurig campingtafereel met m’n ouders

Jammer genoeg zijn er geen foto’s van de periode waarin ik zelf begon met fietsen. Behalve deze, mijn eerste eigen tocht van 25 km in het Robbenoordbos. Ik was toen zes.

1
Zes jaar oud

Na zo’n heftige offroadtocht, moest die fiets natuurlijk wel weer schoongemaakt worden.

Op m’n zevende gingen we naar Denemarken. We gingen met de caravan, het lijkt of mijn ouders zich daar een beetje voor schaamden. In het dagboek staan wat verontschuldigende woorden, zoals ‘gewoon’ en ‘burgerlijk’. We hadden wel fietsen mee, maar dat viel toch tegen. ‘Onder dwang heb je gefietst…Je hebt wat afgemopperd de bergen op (hoger dan we dachten) en dan met een gangetje van 50!!! naar beneden, wel eng en slechte wegen met allemaal steentjes. Kees had ’n route uitgestippeld, bleek het een wandelpad te zijn. Alle fietsen, met boodschappen, over hekken en door graanvelden. Later moest je er toch ook wel om lachen, en wilde je weer op ‘avontuur’ zei je zelf.’

Fietsen in Denemarken

Mijn eerste zelffietsvakantie was in 1998, ik was toen 8. We begonnen bij Oosterbeek en fietsten in drie weken naar Stavoren. 12 km per uur, maximaal 50 km per dag. Aan het einde van de vakantie stond er 300 km op de teller. Blijkbaar was het leuk. Mijn moeder schrijft: ‘Knap hoor, en vrijwel niet gezeurd, volgend jaar gaan we zeker weer.’ Maar ook: ‘onderweg hadden we heel veel regen en lekke regenpakken en we wilden het al bijna opgeven.’ Was dit die vakantie waarop we onder de handendroger in een restaurant onze onderbroeken stonden te drogen?

Verderop in haar dagboek komt de aap uit de mouw. We waren gechanteerd: ‘Als jullie niet zeurden met fietsen hadden we beloofd om met de caravan ’n weekend naar Slagharen te gaan… Ik heb daar helemaal geen zin in, maar beloofd is beloofd.’

Op m’n 9e houden de fietsfoto’s een tijdje op. Het was ook niet alsof ons leven alleen maar om fietsen draaide. We gingen ook regelmatig met de vouwwagen en later met de caravan weg. Ik ging op scouting, speelde trompet, bouwde een vlot met mijn vader en de buurkinderen in de achtertuin, kreeg een zakmes, timmerde een boomhut. We kregen een videorecorder, waardoor we volgens mijn moeder ‘niet meer achter de tv weg te slepen waren, helaas’. In die tijd was dat dus al een probleem. Volgens mijn moeder hield ik niet van Disneyfilms, maar ik denk dat ze bedoelde dat zij niet van Disneyfilms hield.

Mijn vroege legeropleiding

De foto’s worden in die tijd sowieso schaars. Waar mijn moeder eerst boeken volplakte, heb ik nu maar een paar velletjes. Het zal wel in de tijd van de overgang naar de digitale camera geweest zijn, en ik vermoed dat die oude foto’s ergens onleesbaar op een floppy staan.

De tweede tien jaar

Dan houd rond mijn 10e ook het dagboek van mijn moeder op en nemen mijn eigen herinneringen het over. Op mijn 10e en 11e fietsten we opnieuw in Nederland. Voor het eerst hadden mijn broertje en ik een eigen tent en fietstassen. We kampeerden een paar dagen bij een huisje van vrienden van de kanovereniging waar mijn vader lid van was. Het was bloedheet, ik was ziek. Met koorts lag ik in mijn slaapzak onder een boom in het gras.

Kanoles

In de laatste klas van de basisschool gingen we voor het eerst op fietsvakantie in het buitenland. Met de auto reden we naar het Loiredal in Frankrijk en vanaf daar gingen we drie weken fietsen.

De Frankrijk-setup

Ik herinner me dat als de beste vakantie van mijn leven. Ik had al een paar woorden Frans geleerd, er waren overal romantische kastelen en ik was weer eens jarig. Als cadeau kreeg ik een driegangendiner, het hoogtepunt was het kaasplankje. Het kon niet anders, dacht ik, of ik was in Frankrijk geboren.

Romantische kastelen

Een volgende vakantie ging naar Tsjechië, met de fiets in de nachttrein. Mijn broertje had toen geloof ik niet zo’n zin meer in al dat gefiets, maar die hield van treinen. Hij kon rustig drie uur op een station zitten om op goederentrein X of Y te wachten (op vakantie in Canada heeft hij eens een tas vol spoorbielzen in het vliegtuig mee naar huis gesmokkeld). Dus ik denk dat mijn ouders hem daarmee zoet gehouden hebben.

We fietsten nooit extreem fanatiek. Tussendoor bezochten we musea, gingen we zwemmen, of we bleven een dag op de camping. Wel waren we altijd buiten, weer of geen weer. In Tsjechië overnachtten we bij wijze van hoge uitzondering in een hotel. De camping was de week ervoor overstroomd en het hotel was net zo duur.

De katoenen tent van mijn ouders en de nylon tent van mijn broertje en mij

Je kinderen meenemen op fietsvakantie is geen garantie dat ze later nog steeds van fietsen houden. Wat wel blijft hangen, is de liefde voor het buitenleven en een bepaalde zelfredzaamheidsmentaliteit.

Bij mij had het fietsen wel aangeslagen. Op mijn 15e wilde ik voor het eerst alleen met de fiets op vakantie. Ik heb toen nog een jaar of tien de stijl van mijn ouders gekopieerd: tentje mee, om vier uur op de camping, niet te lange dagen.

Het was moeilijk om reisgenoten te vinden. Soms wilde een vriend of vriendin mee, maar ik vond uiteindelijk ook leeftijdsgenoten bij vereniging De Wereldfietser, waar ik jongerenweekenden organiseerde. Dat was een succes, want er was altijd wel iemand die bijna zijn tent in de fik stak.

Ik kocht een eigen fiets toen ik 17 was, een Giant Expedition 3.0. Met een klein groepje fietsten we Europa door, soms ging ik ook alleen. Het waren altijd korte tochten van een ruime week.

Giant Expedition 3.0

De derde tien jaar

Pas na mijn studietijd kwamen de grotere tochten die je op deze blog terugvindt. Australië, de Baltische Staten, Finland, Schotland. Mijn sociale bubbel bestond steeds meer uit avonturiers: mensen die vaak maanden onderweg waren in exotische delen van de wereld. Ik voelde me daarbij maar suf. Het enige exotische dat ik heb gedaan, was een maand fietsen in Australië. Maar achteraf was dat één grote terrorrit van hitte, angst, ongemak en heimwee.

Op een huurfiets door Western Australia

De afgelopen jaren zijn er langzaam wat dingen veranderd, zowel in de wereld als in mezelf. Fietsreizen was in de 90s en 00s nog echt een avontuur. Er waren gebieden waar nooit iemand geweest was, of waar geen of slechte kaarten van bestonden en waar je dan met een Duits reisgidsje en wat aanwijzingen van mensen die je via via gevonden had en die er ook hadden gefietst je weg moest zien te vinden. Fietsen was een spannend verhaal. Toen het internet kwam, raakte dat er een beetje af. Mensen probeerden het nog wel te reproduceren in blogs en vlogs, maar het voelde steeds meer kunstmatig. Iedereen reed inmiddels dezelfde unieke route door Patagonië of Namibië, en het kon me steeds minder boeien.

Zelf kwam ik er achter dat ik niet fiets om unieke dingen te doen of zien, maar omdat ik dicht bij de natuur wil zijn. De hele toeristische industrie van fietspaden, fietsroutes, bezienswaardigheden en campings deden daar voor mijn gevoel steeds meer aan af. Ik kocht een bivakzak, ging wildkamperen, verdiepte me in planten en kocht uiteindelijk de offroadfiets die ik vorig jaar op mijn verjaardag in elkaar sleutelde.

Lekker buiten slapen

De fiets is ongemerkt een levensstijl een politiek statement geworden. Wie lage afstanden door Europa aflegt, kan het niet ontgaan hoe landschappen en natuur in kleine stukken worden gesneden door autowegen, met altijd herrie op de achtergrond en nergens meer ruimte voor nog wat onvervalste wildernis. Dat is misschien goed voor de economie, maar niet voor ons welzijn. Auto’s zijn niet per definitie slecht, maar het mag wel wat minder, wat gezonder, wat creatiever.

De oude Giant is nu een auto. En ik ben 30, ik ben fit, ik ben blij. Ik heb een hoop te vieren!

De vierde tien jaar

Ik heb geen fietsbucketlist. We zouden dit jaar naar IJsland gaan, maar toen dat door Corona niet doorging, vond ik dat geen drama. Doordat we niet meer met de trein konden reizen, heb ik het langeafstandsfietsen ontdekt, dat was ook wat waard. Ik hoop vooral dat ik nog lang genoeg fit blijf om met de fiets te kunnen blijven reizen. Vanwege rugproblemen heb ik rond mijn 27e twee jaar niet kunnen fietsen. Nu gaat dat weer beter. Ik zou nog wel eens wat langer weg willen, drie maanden fietsen en wildkamperen in Scandinavië, zoiets. Ik geloof dat Erik daar ook wel voor te porren is.

12 gedachten over “Dertig jaar fietsen

Voeg uw reactie toe

  1. Gefeliciteerd met je verjaardag Mieke. Mooi overzicht van je fietsleven.
    Ik vind het nog altijd jammer dat we na onze eerste min of meer mislukte fietsvakantie met de kinderen (ik schat dat ik ongeveer van de leeftijd van je ouders ben) geen volgende pogingen meer gedaan hebben. Het lijkt me leuk om dit met hun kinderen een beetje goed te maken. :-)
    We hebben overigens wel altijd gekampeerd, dat doen we nog steeds en ik hoop dat we het nog lang kunnen blijven doen.

  2. Mieke, gefeliciteerd met je verjaardag en bedankt voor deze fietsbiografie. Ik ben blij dat wij onze 3 kinderen ook het vakantiefietsen hebben meegegeven. Ik herken dus veel van je verhaal.

  3. Hallo Mieke,

    Eerst gefeliciteerd met je 30 ste verjaardag.

    Wat heb je weer een mooi stuk geschreven, heel leuk om te lezen.

    Een gezellige dag nog!

    Groetjes Sjaak en Jenny

    Outlook voor Android downloaden

    ________________________________

  4. Zo, welkom in je dertigerjaren! Ik ben er al een tijdje (bijna 3 jaar) en het is nog steeds erg leuk hier. Wat een leuke inkijk in je jeugd. En wat leuk om je fiets- en reisvoorkeuren zo te zien veranderen. Snel weer een keer iets afspreken hoor! Het is te lang geleden… Sterker nog, zal je even een linkje sturen van iets wat op 5 augustus los gaat…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: