Overnighter

Overnighter

We vertrekken altijd te laat. Twee uur voor zonsondergang zitten we eindelijk op de fiets. We hebben thuis nog snel een bord curry naar binnen geschoven, de afwas laten staan, de computer dichtgeklapt.

Er is een NTKC-terrein op twee uur fietsen van ons huis dat we nog niet kennen. Het ligt in een smeltwaterdal uit de ijstijd met steile hellingen, gemengde bossen en kans op zwijn.

Om er te komen rijden we door Safaripark de Hoge Veluwe, dat eigenlijk Nationaal Park de Hoge Veluwe heet, maar er staat een hek omheen en je mag er betaald beesten schieten, dus safaripark is een betere naam. Het is er wel mooi, evengoed. Al na een paar meter rijden we tegen een groep zwijnen aan die zo groot zijn dat ik in eerste instantie denk dat het pony’s zijn.

Maar pas als we het park uit zijn, word ik echt geraakt, en eigenlijk is dat iedere keer zo. De Veluwe lijkt buiten het hek wat wilder, het asfalt wordt dunner, de wolf rukt op. Rond zonsondergang fietsen we de laatste kilometers over de Harskampse Zand waar ik een tijdje ontroerd naar de koude mist sta te kijken die zich in de dalen verzamelt en het bos indrijft.

Het kampeerterrein is nauwelijks te onderscheiden van een wildkampeerplek tot je via een aarden trap de diepte in loopt – fiets op de schouder – en groene tentcirkels tussen de door zwijnen omgewroete aarde ziet. Er is niemand. We ontfutselen de sleutel uit zijn geheime, alleen voor leden bekende verstopplaats, openen een toilethokje, maken de waterpomp los, betalen bij de pinautomaat.

We steken een van de olielampen aan die in het gebouwtje hangt om het duister te verdrijven. De reflectoren aan onze scheerlijnen glimmen in het schijnsel, hete thee uit de thermos dampt door de mistparels. Met de lamp lopen we een klein stukje om het onbekende terrein te verkennen, maar het heeft geen zin. Het is aardedonker.

Erik blaast op zijn bosuilenfluit. Heel in de verte horen we er een. Het duurt nog een uur voordat hij vlak bij de tent in een boom neerstrijkt en we vanuit de slaapzak kunnen luisteren. Hoe – hoe – hoehoeee.

Vroeger ging je een nachtje kamperen, nu doe je een overnighter. Al zijn er wel nuanceverschillen. Een overnighter duurt maximaal 24 uur en is tussen de bedrijven door. Je vertrekt bijvoorbeeld na werk, rijdt lekkere zware offroadroutes, maakt een groot vuur of slaapt onder de sterren, en zit de volgende ochtend weer gewassen en gestreken achter de computer. Zoiets. Een brokje avontuur in een anders doodgewoon leven.

Voor ons is het een vonk die de fietsreisvlam weer aanwakkert. Van al dat huizenbouwen zijn we sedentair geworden. Nu hebben we een plek ontdekt waar we onszelf zo nu en dan weer aan de kracht van het buitenleven kunnen herinneren.

Pas de volgende ochtend zien we hoe overal op en langs en onder de hellingen kampeerplekjes tussen de bosbessenstruiken verstopt liggen, sommige met een spectaculair uitzicht op de dalen eromheen.

‘Zo dicht bij huis,’ zeg ik, alsof het een droom is. Dat was het, ooit, en nu is het plotseling werkelijkheid. Tussen dit kampeerterrein en ons huis is alleen maar bos, kilometers zandpaden en groot wild. Ja, met safaripark en drukke wegen, maar het is meer dan ik ooit van de Nederlandse natuur had durven hopen, en iets wat ik pas voel nu we er wonen en geen toevallige voorbijgangers meer zijn.

Foto’s gemaakt door Erik

6 reacties op “Overnighter”

  1. Dat herken ik,
    Toen ik met mijn ouders ging kamperen waren wij om half 11 in de ochtend ook de laatsten die in de auto stapten…

  2. Even een tip van een mede NTKC ér en wereldfietser, we noemen onze terreintjes geen camping, maar ehh……gewoon kampeerterrein…………..Fijn dat je er zo van kan genieten !

    • Zo noem ik het ook! Maar er stond al teveel ‘kampeerterrein’ in het verhaal. Hm, misschien pas ik het toch maar aan, het is inderdaad geen camping ;)