Van mijn 22e tot mijn 27e mediteerde ik intensief bij een boeddhistische school. Ik stopte, deels omdat ik teveel pijn in mijn lichaam had, deels omdat het onnatuurlijk voelde. De hele tijd vroeg ik me af of het niet anders kon dan lange uren zittend op een kussen in een witgeschilderde ruimte. En eind augustus kreeg ik het antwoord. Ik was in het Leuvenumse bos bij een weekendcursus van Bosbeweging – Primitief Overleven I. Niet in de eerste plaats voor de primitieve vaardigheden, die ik inmiddels wel een beetje ken, maar omdat ik nieuwsgierig was naar de nadruk die Bosbeweging legt op verbinding met de natuur.
Wat ik tot dat moment in mijn meditatieschool had geleerd, is hoe meditatie je geest openbreekt en je diepgaand met de wereld verbindt. Ik ontdekte hoe effectief het is. Maar dat het pas écht effectief werd als ik met grote regelmaat urenlang zat. En dat was vreemd, vond ik, omdat het menselijk lichaam gemaakt is om te bewegen. Ik probeerde yoga en meditatie tijdens een wandeling in het bos of op de fiets in de bergen, maar merkte dat dat niet hetzelfde effect had. Toch bleef ik me afvragen of meditatie niet veel meer onderdeel kon zijn van mijn dagelijkse en beweeglijke buitenleven.
Bij Bosbeweging zou ik misschien nieuwe antwoorden krijgen. Bezield docenten Jurjen en Michan vertelden door de dagen heen, leunend tegen een van de boomstammen rond het kampvuur, al allerlei spirituele lessen die zij van wildernisgoeroe Tom Brown Jr. hadden geleerd, die het weer van zijn leraar Stalking Wolf had, een Apache native American die niets dan wildernis ademde.
Ik dacht nog, daar gaan we weer. Zodra we over verbinding met de natuur praten wordt er ergens een native American vandaag gehaald en pikken we oppervlakkig wat van hun wijsheden uit een cultuur die we nauwelijks kunnen doorgronden (wat we overigens ook graag met boeddhistische wijsheden doen). Waarom? Omdat het exotisch is? Omdat we wildernis missen en er daar nog een vonkje wildernis overleeft? Of omdat we ons onze eigen, wilde cultuur niet meer herinneren? Tegelijkertijd raakten hun woorden, omdat ze zo aards waren dat er eigenlijk niets exotisch aan was. Ik liet ze door me heen gaan en gaf ze langzaam maar zeker een kans om te landen.
We verzamelden eetbare planten, twijnden brandnetels en maakten vuur met de vuurboog, precies zoals ik me had voorgesteld. Alleen lag de nadruk niet puur op het fysieke, maar op het mens-in-de-natuur-zijn. Of beter gezegd: mens-van-de-natuur-zijn. Opgaan in buitenactiviteiten heeft al een natuurverbindend effect. Tot zover niets nieuws. Tot onze docenten ons meenamen in iets dat in eerste instantie niet op meditatie leek, maar de sterkste vorm van meditatie was die ik in tijden heb ervaren.
Het begon met bijna dertig cursisten, docenten en vrijwilligers in een grote kring. We moesten onze armen uitstrekken, eerst opzij, daarna naar boven.
‘Zie hoe breed je blik is en hoe ruim je kunt kijken,’ zei Michan. Daarna leerde Jurjen ons lopen zoals een vos doet, langzaam en weloverwogen.
‘Je kunt het beste je schoenen uitdoen,’ zei hij. Ik hoefde op die manier niet naar mijn voeten te kijken omdat ik kon voelen waar ik liep. En dat was de bedoeling, want nu konden we onze brede blik in de ruimte om ons heen leggen.
Na wat droog oefenen op het grasveld volgden we Jurjen in een lange rij het bos in. Het eerste dat me opviel, was hoe muisstil we met zoveel mensen over takken en bladeren konden sluipen. Het tweede was dat het bos al na tien passen tot leven kwam. Ineens zag ik hoe het licht door de bomen viel en hoe groen het mos was. Maar wat me het meeste raakte, was het directe besef dat ik hier thuishoorde. Ondanks al die duizenden uren die ik gemediteerd heb, en al die nachten die ik alleen en bivakkerend heb doorgebracht, waarin meestal hetzelfde gebeurt, was ik nog nooit zo snel en zo totaal van het bos geweest.
Ik dacht: ik ben een dier. Mensen zijn dieren. Mensen willen meestal geen dieren zijn, of ze zijn zo teleurgesteld in de mensheid dat ze een ander dier willen zijn. Maar we zijn een best wel indrukwekkend dier. En dit is ons huis.
Weer thuis merkte ik dat er iets aangezet was, maar ik begreep niet precies wat. Jurjen raadde ons aan om een boek van Tom Brown Jr. te lezen, en uit zijn zestien boeken over wildernisvaardigheden koos ik Awakening Spirits: A native American path to inner peace, healing, and spiritual growth. Op de achterflap stond: “This book may challenge the very core of your belief systems…” Ik voelde dat ik, ondanks mijn weerstand tegen het kopiëren van exotische wijsheid (en ondanks dat het nogal slecht geschreven is), iets bijzonders te pakken had.
Het boek legde uit wat ik gevoeld had, maar niet onder woorden kon brengen. Tom Brown ging bij Stalking Wolf in de leer toen de laatste 83 jaar oud was en al een leven lang had gezocht naar de essentie van het bestaan. Hij leefde vanuit een diepe verbinding met alles om hem heen. Dat lukte, las ik, omdat hij tegelijkertijd in twee werelden leefde: die van de fysieke en van de spirituele geest.
Stalking Wolf zag hoe de moderne mens is opgesloten in zijn fysieke geest, die draait om de dagelijkse dingen, terwijl zijn spirituele geest is onderontwikkeld. Hij zag ook dat meditatie de brug is die de fysieke en de spirituele geest weer verbindt. Elke religie en filosofie is er op een bepaalde manier op gericht om die twee geesten te verbinden, en ook kennen ze allemaal een of meerdere vormen van meditatie. Maar volgens Stalking Wolf zijn die in onze moderne tijd te complex geworden. Het is geen brug meer maar een doel op zich. Het hoort dynamisch te zijn en mensen in beweging te krijgen, maar het is statisch en ineffectief. Het kan niet elk moment van de dag gebruikt worden. En dat komt omdat we de aarde en de eenvoud vergeten zijn.
Het verhaal van de native American is niet heel afwijkend van wat ik van mijn meditatieschool kende. Daar mediteerden we bijvoorbeeld met onze ogen halfopen omdat we niet in onszelf wilde keren, maar ons wilden verbinden met de wereld. Na veel oefenen lukte het dan om voor korte momenten echt in die buitenwereld te zijn, met ons zintuigen op scherp en open voor het grotere geheel. Ik leerde daar ook dat boeddhistische meditatie wel degelijk dynamisch kan zijn. Boeddhisten beoefenen loopmeditatie en meditatie in het dagelijks leven – bijvoorbeeld tijdens de afwas – wat zij meditatie in actie noemen. En ons doel was destijds ook om onszelf door diepgaande zitmeditatie in beweging te brengen, en van de wereld een mooiere plaats te maken, zodra we van het kussen af kwamen. Ik heb de methode van Stalking Wolf nog niet lang genoeg geprobeerd om het te weten, maar ik vermoed dat het redelijk in de buurt komt bij meditatie in actie.
En toch is er voor mij een belangrijk verschil. Met de dynamische meditatie die we van Jurjen en Michan leerden, ging dat verbinden met de wereld veel makkelijker. Door te beweging werd mijn geest direct veel rustiger en was het niet moeilijk om het bos – in plaats van mijn adem of mijn stroom van gedachten – als concentratiepunt te gebruiken. De meditatie begint vanuit diezelfde stilte als een lig- of zitmeditatie, maar wordt al snel beweeglijk en vanuit een plek waar we allemaal vandaan komen, daar waar de basis van ons bestaan ligt: tussen de bomen en rotsen en rivieren en andere levende wezens.
Toen we na een kwartier vossenpas en brede blik in het Leuvenumse bos een plekje zochten om even stil en alleen te zijn, heb ik een tijdje zitten huilen omdat ik me in tijden niet zo gedragen had gevoeld. Het inspireert me om mijn oude meditatie weer op te pakken, te verwilderen en opnieuw eigen te maken.
