Alpen: Offroad bikepacken in Tirol

Onvoorbereid op pad. Geen route, geen treinreservering, een gescheurde achterband (merkten we na een halve dag fietsen). Het was moeilijk om plannen te maken met alle continu veranderende coronaregels. Maar daardoor werd het misschien de meest ontspannen vakantie sinds tijden. We zouden wel zien waar we begonnen, we zouden wel zien waar we eindigden.

In 14 uur treinden we naar het zuiden van Duitsland. De Deutsche Bahn heeft het zogenaamde Quer-durchs-Land-Ticket, een soort dagkaart waarmee je met alle regionale treinen door het land mag kuieren. Het duurt lang, we moesten negen keer overstappen, maar er is altijd ruimte voor de fiets, je hoeft niets te reserveren en we waren €48,50 kwijt voor twee personen (excl. €12 voor de fietstickets). Toen de dag op z’n einde was, waren we tot Bad-Grönenbach gekomen, 50 kilometer van de Oostenrijkse grens.

De eerste nacht in de bergen

Het vage plan was om de Alpen in te fietsen. In Komoot maakte Erik een langeafstandsmountainbikeroute die we elke dag bijwerkten. Het leuke van in Zuid-Duitsland beginnen, was dat we geleidelijk de Alpen inreden. De bergen kwamen steeds dichterbij, eerst de Noordelijke Kalkalpen met zijn gekartelde steilranden, daarna de drieduizenders met hun sneeuw en gletsjers op de grens tussen Oostenrijk en Italië.

Geleidelijk de Alpen inrijden over onverharde routes

We waren de enige gravelbikes (47 mm banden, geen vering) in de wijde omtrek, terwijl de onverharde bergpaden verrassend geschikt waren voor onze fietsen. Er waren veel brede grindwegen die door rivierdalen en over bergpassen leidden die alleen toegankelijk waren voor wandelaars en fietsers. Klimmen was wel zwaarder dan over de asfaltweg, we moesten regelmatig de fiets een stuk omhoog duwen en werden ingehaald door niet zo fitte toeristen op e-mountainbikes. Maar door het gebrek aan auto’s was het veel rustgevender en wilder.

De eerste twee nachten sliepen we buiten in de bivakzak. Toen we in onverwachte onweersbuien belandden en geen overdekte slaapplaats konden vinden, bouwden we een lean-to, een noodonderkomen van takken die we met Voile Straps aan elkaar sjorden en afdekten met bladeren. Het was meer voor de lol dan echt noodzaak, iets dat ik eerder in een survivalcursus gedaan had. Van het bouwen bleven we lekker warm en we lagen in ieder geval met ons hoofd droog.

Lean-to shelter (foto door Erik)

Na een paar dagen (en een veel te duren hotelovernachting) ontdekten we de berghutten van de Alpenvereniging, waar we voor €23 per persoon een bed konden krijgen. We moesten er wat moeite voor doen, want die hutten liggen doorgaans niet langs fietsroutes. Maar wel op de mooiste plekken, met precies die dingen die we nodig hadden: een droge slaapplek, goed eten en gelijkgestemden.

In de Weidener Hütte, halverwege de klim naar de Geiseljoch (foto door Erik)

In het natuurgebied Karwendel, in de Noordelijke Kalkalpen, klommen we ’s avonds laat naar de Lamsenjochhütte. Het was de eerste hike-a-bike van de vakantie, drie uur klimmen met de ondergaande zon in de rug. Behalve wat koeien was er niemand op de berg. In het dal hadden we de hut vast gebeld, omdat dat vanwege de coronatoestand verplicht was. We hadden geen idee waar we terecht zouden komen en dat het zo onherbergzaam zou zijn. Maar we hadden genoeg tijd en eten, en als we het niet zouden halen konden we ook in onze bivakzakken slapen. Om 21:00 sjouwden we onze fietsen het terras van de hut op, waar we enthousiast onthaald werden door een Nederlandse klimmer. Zoals we verwacht hadden, liep vanaf de andere kant van de hut een brede grindweg het dal in, die ook voor bevoorrading werd gebruikt. We waren de volgende dag binnen een uur weer naar beneden gerold.

Wandelpad naar de Lamsenjochhütte (foto door Erik)

Mensen waren telkens weer verbaasd wat we met gravelbikes deden, soms bewonderend, soms afkeurend. Na zes dagen fietsen en een paarduizend hoogtemeters klimmen hadden we de smaak goed te pakken. In een volgende berghut waren we twee mountainbikers tegengekomen die de Krimmler-Tauernpas over zouden trekken naar Italië. De pas lag op ruim 2600 meter hoogte en zo ver het hooggebergte in dat we hem zelf nooit gevonden hadden. Het kostte ons twee dagen om er te komen. We bivakkeerden langs een stuwmeer, sliepen in weer een berghut op 1600 meter hoogte, en begonnen uiteindelijk aan de klim die zeven uur zou duren.

Het was onfietsbaar, ook voor het handjevol mountainbikers dat we tegenkwamen. Hun doel was om naar de top te lopen en zich aan de andere kant van de berg af te storten via een epische trail. Lopen werd duwen, slepen en tillen. Het was wel lekker om weer eens wat andere spieren te gebruiken dan de dagelijkse fietsspieren, maar loodzwaar. Elke tien meter stonden we stil en keken we uitgebreid om ons heen. De bergen sleten zo vanzelf in ons geheugen. Tegelijkertijd bleven ze zo groot dat we het niet konden bevatten.

Krimmler-Tauernpas (2634 m)

De epische trail van de top naar beneden was voor onze fietsen te ruig, maar we hadden ons al voorbereid op nog een uur lopen. Volgens de mountainbikers en wandelaars hadden we de verkeerde fietsen. Wij vonden dat we de perfecte fietsen hadden. Licht, sterk, flexibel, gemaakt voor avontuur. Geschikt om een berg op te sjouwen, en net zo geschikt om weer gemakkelijk vijftig kilometer verder te rijden als we een nieuw gebied wilden verkennen of eten nodig hadden. Ons doel was niet om de berg als speeltuin te gebruiken, maar om op eigen kracht van de gebaande fietspaden te kunnen gaan.

Vanaf de pas daalden we langs een steil pad af tot 2000 meter. Daar lag de mooiste grindweg in de wereld die alle mountainbikers links lieten liggen: een soort panoramaweg die langs de bergwand slingerde en een prachtig uitzicht op het dal en de omliggende pieken gaf. We konden weer ontspannen rollen.

Gravelweg op 2000 m hoogte (foto door Erik)

Bij een bergmeertje stonden we een tijd stil omdat we nog niet verder af wilden dalen. Het zat vol salamanders en libellen. En overal groeiden bloemen die we niet herkenden, met stevige stengels en vette bladeren om in extreme omstandigheden te kunnen overleven.

Salamanders kijken (foto door Erik)

Daarna was de tijd op, net als de energie en de klimspieren. We wilden terug naar Oostenrijk om vanuit daar weer met de Deutsche Bahn naar huis te rijden. Er was maar één weg terug: over de bergen. Maar nog een onverharde pas van 2600 meter zagen we niet zitten. De Brennerpas naar Innsbruck was de enige optie. We namen de trein naar de top en trakteerden onszelf op een afdaling door kleine dorpjes, ver van de drukte, vrachtwagens en motorrijders. Het viel ons op hoeveel vakantiefietsers in de hitte over de drukke weg omhoog zwoegden en we waren blij dat we onze portie op veel mooiere, onverharde bergpassen al gehad hadden.

Praktische details

Route
Ter inspiratie. Wij hebben deze lijn gevolgd, de exacte paden kunnen hier en daar iets afwijken: https://www.komoot.com/tour/230616761

De stippellijnen zijn kabelbanen en treinen:

  • De Rosenalmbahn in Zell am Ziller. Vanaf de Rosenalm loopt een panorama-gravelweg naar Gerlostalalm (vanaf daar weer afdalen naar Gerlos). Beetje toeristisch, wel mooi. Enkele reis + fiets voor €15
  • We hebben de trein naar de top van de Brennerpas genomen, van Franzenfeste/Fortezza naar Brenner/Brennero. Kaartjes kopen was een klein drama, omdat we alleen met contant geld in een niet-werkende automaat konden betalen. Waarschijnlijk werkt de app van de Italiaanse spoorwegen (Trenitalia) beter. Omhoog fietsen kan ook prima, de pas is niet al te steil, maar het is niet het mooiste deel van de route.

Vervoer
Met regionale treinen door Duitsland. De Deutsche Bahn heeft het zogenaamde Quer-durchs-Land-Ticket, een soort dagkaart waarmee je met alle regionale treinen mag reizen en geen reserveringen nodig hebt. Het duurt lang, we moesten negen keer overstappen, maar er is altijd ruimte voor de fiets.

Kosten zijn €42 voor de eerste persoon, en €6,50 per elke volgende reiziger met een maximum van 5 personen. Een fietsdagkaart kost €6 per persoon.

Overnachting
We hadden deze keer geen tent mee maar onze bivakzakken. We hebben ongeveer 1/3 van de nachten gebivakkeerd. Andere nachten sliepen we in hotels en in berghutten van de Alpenvereniging.

Bagage en fiets

  • 2 bivakzakken (Exped VentAir)
  • 1 klein pannetje (MSR Trail mini solo), gasbrander (MSR Pocket Rocket 2), AeroPress Go en Rubytec bonenmaler (voor Eriks koffie), gasblikje, sporken, bekers, mesjes
  • 2 slaapzakken en matjes
  • 1 droge set kleding per persoon
  • toilettasje en handdoek
  • regenkleding
  • reparatiespullen (o.a. een set voor repareren van tubeless banden)
  • 2 avondmaaltijden
  • 6000 snickers, mueslirepen en ander ongezond voedsel
  • 1,5 liter water per persoon

Bidons vulden we bij de honderden fonteintjes die langs de weg staan. Soms zuiverden we het water met chloortabletjes. We kwamen elke dag een supermarkt en/of café tegen, of aten in berghutten.

We reden zonder vering, op banden met een dikte van 47 mm (Mieke)/43 mm (Erik). Onderweg kwamen we er achter dat mijn buitenband gescheurd was. Het was bijna onmogelijk om in Zuid-Duitsland een tubeless-ready 650B (27,5″) band te vinden. In Oostenrijk vonden we uiteindelijk een passende band die iets grover en breder (2″) was dan mijn voorband en niet tubeless-ready.


4 gedachten over “Alpen: Offroad bikepacken in Tirol

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: