Het moederschap waar niemand over praat II

In de baarmoeder van de aarde zitten we met een hoop naakte lijven op elkaar. Het is loeiheet, aardedonker. Ergens aan de overkant, bij de mannen, zit Erik, maar ik kan hem niet zien. De zweethutleider gooit water op de stenen. Het dampt en drukt voor een paar seconden de zuurstof uit mijn longen. Een nieuwe ademteug schroeit naar binnen.
‘Geef je maar over aan de warmte,’ zegt hij.
Ik zuig alle hitte op die ik aankan. Als ik uitblaas, stel ik me voor dat ik een draak ben die alles op zijn pad verschroeit.

Gedaanteverandering

Tussen twee vuurrondes door ga ik de hut uit en loop ik op blote voeten door het donkere bos. Heike is nu twee, maar het voelt alsof ze net geboren is. Mijn lichaam gaat nog altijd door de grote reset na de bevalling heen, voor zover reset de juiste term is. Anderen noemen het een transformatie, maar dat klinkt me veel te Happinez. De spierpijn in mijn nek en schouders, die sinds de bevalling niet meer is weggegaan, heb ik twee jaar genegeerd omdat ik anders mijn computerwerk niet kon doen. De buikpijn kon ik niet negeren, dus belde ik vanochtend nog voor de zoveelste keer met de huisarts voor de uitslagen van onderzoeken waar niks uit komt.

Gedaanteverandering is een beter woord – stel je voor dat je uit elkaar getrokken en opnieuw samengesteld wordt. Zo voelt het.

Een week voor de zweethutceremonie loop ik onverwacht onze verloskundige tegen het lijf. Mijn hart gaat tekeer en ik begin ongecontroleerd te zweten. Nog maanden na mijn bevalling, toen Heike allang keurig doorsliep, kon ik midden in de nacht zomaar trillend en huilend wakker worden. Door EMDR-therapie werd het beter, maar er bleef iets zitten dat zich diep in mijn lichaam had vastgezet. Je zou het onverwerkt trauma kunnen noemen.
‘Hoe gaat het met jullie?’ Vraagt ze.
‘Goed,’ zeg ik, ‘heel leuk en zo.’
Pas een paar uur later realiseer ik me dat het trauma nog lang niet weg is.

Het is een goede verloskundige. Maar zij is getraind in baby’s ter wereld brengen, niet in gedaanteverandering.

Doula

In het aardedonker, waar niemand me kan zien, spuw ik hete lucht. In een opeengepakte cirkel van mensen probeer ik een comfortabele houding te vinden maar iemand drukt tegen mijn benen en een ander ligt half op mijn voeten.

‘Willen jullie geen doula?’ Vroeg een vriendin die tegelijk met mij zwanger was.
‘Een wat?’ Vroeg Erik.
‘Nee, dat past niet echt bij ons,’ zei ik.
Wist ik veel.

De hitte neemt af en de deur van de baarmoeder gaat open, een dikke wollen deken over een frame van gebogen wilgentakken. Koude lucht stroomt over onze bemodderde lijven. In het zwakke avondlicht kan ik mijn man aan de overkant weer zien.

De vuurmeester maakt zich op om nieuwe hete stenen naar binnen te dragen. Zijn vrouw heeft vijf weken eerder een kind gebaard.
‘We hebben zoveel aan onze doula gehad,’ zegt hij, knielend naast de ingang van de hut.
‘Ik had mijn zus, mijn moeder, twee goede vriendinnen,’ zegt de vrouw naast me. ‘Ook zoveel aan gehad.’

Doula. Mentor-in-gedaanteverandering.

Ik voel mezelf achterover zakken en nog kleiner worden. De deur gaat dicht. De zweethutleider begint te drummen. De stenen stomen.
‘Geef je maar over aan de warmte.’
Maar juist toen ik moest bevallen kon ik me niet overgeven aan de warmte. Er was geen ceremoniemeester.

Moederwording

Er waren wel stemmen en lichamen die aan me duwden en trokken en me heel klein maakten. En net als hier, zat mijn man aan de overkant in het donker, niet omdat hij er niet was, maar omdat ik hem niet kon bereiken in het bevallingsgeweld – of hij mij niet. De ruggenprik bracht me weer een beetje, half verdoofd, bij hem terug.

En daarna, toen we van onze roze kwaamweekwolk vielen, leek het of alles hetzelfde was gebleven, behalve ik, behalve onze verse Heike. De wereld zag Mieke-maar-dan-met-een-baby. Ik zag een wereld waar ik mijn nieuwe gedaante niet meer ingepast kreeg.

De weken na de zweethut, stort ik in. Ik huil en ik slaap als een burn-outpatiënt. Twee jaar lang heb ik zo hard gewerkt om het oude en het nieuwe te verenigen en mezelf weer bij elkaar te rapen, dat het op is.

Ik droom dat ik in een psychiatrische inrichting zit. Ik sta bij de balie van een verpleegkundige en er komt een man binnen die met een agressief gebaar naar mijn benen en buik grijpt. Hij vraagt waar onze baby is. Net was ik nog zwanger, nu is mijn baby weg. Waar is mijn baby? Waar is mijn baby! In grote nood zoek ik naar de persoon die me alles wat er toe deed heeft afgenomen. Ik vind haar in mijn slaapkamer. Daar staat een vrouw die precies op mij lijkt. Hetzelfde gezicht, dezelfde bouw. Ik noem haar ‘mijn zus’ maar ik ben het zelf. Ze loopt achterstevoren van me weg. Ik zie in haar ogen dat ze doodsbang voor me is.

Ik ben een moeder geworden. Er is weinig ingrijpender dan dat. De wereld vraagt opdringerig wanneer ik weer meedoe. Maar de enige die me de gedaanteverandering ontneemt, me geen ruimte geeft, en me niet laat begeleiden, ben ik zelf.

Start hier je reis naar buitenleven, eenvoud & bezieling

Gratis e-book Naar de Basis

Een kleine gids naar buitenleven en natuurverbinding – direct beschikbaar na bevestiging in je mailbox

Met max. zes keer per jaar de nieuwste verhalen en activiteiten

Geen marketingdrukte. Uitschrijven kan altijd. Gewoon af en toe iets dat de moeite waard is.