Het lukt me al een tijdje niet om goede verhalen voor mijn website te maken. Sinds ik weer intensief aan mijn boek werk – zo’n drie lange ochtenden in de week – heb ik mijn vrije uren nodig om naar buiten te blijven gaan, of te mediteren, en het gevoel waarover ik schrijf levend te houden.
Mijn boek is een persoonlijk verhaal en gaat over mijn grote verlangen – dat we allemaal wel kennen, waar we wel gehoor aan willen geven, maar wat niet altijd lukt – in mijn geval mijn reis naar buitenleven, eenvoud en bezieling. Bas Klinkhamer stelt er in Roep van de Ziel, een aantal rake vragen over. Wat heb je tot nu toe gedaan met je leven? Welke wens keert steeds weer terug? Welke ingrijpende beslissingen heb je willen nemen, maar niet genomen?
Ik dacht dat ik op mijn vijfentwintigste klaar was om alles achter me te laten en in mijn eentje door uitgestrekte bossen te gaan zwerven, maar ik ging niet. Dat iemand in een camper woont, zelfvoorzienend in een huisje in Zweden leeft, of naar China fietst, horen we wel vaker. Het is aardig om over zo’n avontuur te lezen. Maar het is veel interessanter wat daar aan vooraf ging.
Hoeveel obstakels moest iemand over om het daadwerkelijk te gaan doen? Wat kwamen ze daarin tegen? En in mijn geval: waarom ging ik niet? En wanneer werd het verlangen groter dan de angst?
Afgelopen zondag werd ik 35. Ik had per ongeluk, of omdat de agenda niet anders toeliet, een Bosdag op mijn eigen verjaardag gepland. De week in de aanloop er naartoe was ik daar chagrijnig over. Ik had ook gewoon taart kunnen eten en een beetje ontspannen met mijn gezin kunnen fietsen in plaats van de hele week zenuwachtig te zijn voor een programma dat ik pas drie keer gedraaid heb. Maar de avond ervoor begon er plotseling iets te dagen. Midden in mijn dertiger jaren – die symbool staan voor volwassenwording, je plek in de wereld innemen en jezelf durven laten zien – sta ik voor een groep in het bos. We wandelen in stilte door een web van leven, we zoeken het noorden en we maken vuur. Dit is wie ik geworden ben omdat ik wel degelijk naar de roep van mijn ziel geluisterd heb.
Of eigenlijk moet ik dat anders zeggen: omdat ik steeds weer probeer om naar de roep van mijn ziel te luisteren. Eerder dacht ik nog dat als me dat eenmaal zou lukken, ik nooit meer bang en onzeker hoefde te zijn. Maar er blijkt geen enkele reis naar mijn diepere essentie te zijn. Het is een weg die ik eerst begaanbaar en daarna steeds weer open moet houden. De drempel wordt lager, maar gaat nooit helemaal weg. Soms zit ik huilend van de stress en vol onopgeloste vragen thuis, opgesloten in mezelf, en op andere momenten vind ik het deurtje weer, als ik met aandacht door een bos beweeg of in mijn bivakzak op de aarde lig.
Ik heb met bomen en bladeren geslapen en ik werk wakker in een moment, in een soort kortdurende helderheid waarin er een boom was in plaats van de gedachtestroom die tussen normaal tussen mij en een boom staat, lees ik in mijn eigen boek terug als ik tijdens een schrijfretraite door mijn 80%-versie heen ga. In die momenten van kortdurende helderheid weet ik weer waar ik naar op weg ben.
Die momenten probeer ik tussen het schrijven door te onderhouden, en regelmatig in het bos te zijn, om te herbronnen, en vanuit daar weer verder te werken.
