Veel mensen vinden het moeilijk om zich met natuur te verbinden terwijl ze dat wel zouden willen. Twee maanden terug schreef ik over een manier om meditatie te verwilderen. In diezelfde tijd probeerde ik nog iets nieuws.
Het valt me op hoeveel mensen over natuur praten maar zelden buiten komen. Het valt me ook op hoeveel mensen over natuur praten maar zelden naar natuur luisteren. Daarom wil ik een experiment aangaan. In het bos aan de rand van ons dorp staat, vlak achter een drukke N-weg, een forse beuk in een brede boslaan. Wat als ik eens aan deze beuk vraag wat die eigenlijk van ons zou willen?
Denken mét natuur
Het idee had ik opgedaan bij Springtij Festival, een duurzaamheidsconferentie op Terschelling. Op het eiland volgde ik een workshop van Arita Baaijens (Stichting Living Landscapes) en Emilie Reuchlin (Stichting Doggerland). Ze namen ons mee in een andere manier van denken óver natuur – denken mét natuur.
Op een klein grasveldje langs het drooggevallen wad, verdiepten we ons een aantal minuten in een zeedier. Daarna stelden we ons voor dat we het dier zelf waren. Wat gebeurde er om ons heen? Wat hadden we nodig? Ik stelde me voor dat ik in de diepte lag te rusten toen er zonder waarschuwing in een wolk van waterig stof een betonnen fundering voor een windmolen pal naast mijn hoofd werd gestort.
Je kunt lang discussiëren over waar de verantwoordelijkheid van mensen voor al het leven op aarde begint en waar het ophoudt, en of we andere wezens wel echt kunnen verstaan of opnieuw onze eigen beperkte zienswijzen op hen projecteren. Maar als je zoekt naar een manier om te verbinden, vanuit een ander perspectief te kijken, voelen en luisteren, dan is dit een manier.
Mensen hebben niet erg diepe wortels
‘Wat voor mensen zou de zee willen?’ Vroeg Arita.
Wat voor mensen zou het land willen? Dacht ik.
Met die vraag klim ik in de beuk. Ze zegt: ‘ga uit mijn takken’.
Zonder precies te weten wat ik doe, ga ik met mijn rug tegen de stam zitten en vraag nog een keer wat voor mensen ze zou willen.
‘Mensen hebben niet erg diepe wortels,’ zegt ze.
Een direct antwoord op mijn vraag is het niet, maar misschien communiceren bomen wel via een andere logica. Het gesprek gaat moeizaam en traag. De beuk straalt iets nors uit. Ik stel een vraag, dan ben ik stil. Soms komt er een hele tijd niets en dan verschijnt er ineens een zin in mijn hoofd dat ik als het antwoord van de beuk interpreteer. Ik zoek niet naar woorden maar maak mijn hoofd leeg zodat er iets binnen kan komen.
De beuk zegt dat ik op moet staan en een stukje van haar weg moet lopen, dan laat ze me iets zien. Ik doe een paar passen dieper het bos in en kom een kleinere beuk tegen, ongeveer half zo groot als de eerste. Twee meter verderop zie ik een nog kleinere en als ik om me heen kijk, zie ik plotseling dat er overal beuken staan. Ik realiseer me dat ze allemaal onderling, via hun wortels, verbonden zijn en dat ik daar al een tijdje overheen loop.
Terug bij de moederbeuk vraag ik nog een keer wat voor mensen ze nou wil, want het is me nog niet helemaal duidelijk.
‘Ik wil mensen die weten,’ zegt ze, en ik voel dat ze geen feitelijk weten maar een diep weten bedoelt.
Als ik wegloop, roept ze me na: ‘We hebben jullie koolstof niet nodig. En geen zin om te compenseren voor jullie gebrek aan wortels.’
Veldoefening – In gesprek met de Natuur
Zoek een boom op, het maakt niet uit welke. Het kan een boom in je tuin zijn, in een park, langs een rivier. Groot, klein, oud, jong.
Beter nog, zoek geen boom uit maar laat je uitnodigen door een boom. Welke trekt je aandacht? Welke boom heeft je misschien iets te vertellen?
Ga simpelweg bij de boom zitten, sluit je ogen, haal een paar keer diep adem. Begroet de boom: ‘hallo boom’.
Concentreer je aandacht op de boom, op de aarde onder je en de lucht boven je. Als er gedachten opkomen, zoals ‘wat doe ik hier eigenlijk’ kun je die simpelweg voorbij laten drijven. Zo maak je je hoofd leeg van alles wat daarin is voorgeprogrameerd en ontstaat er ruimte voor frisse gedachten.
Vraag de boom: ‘wat zou jij van ons, mensen, willen?’
Laat alle gedachten die je over mensen hebt, of over wat bomen zouden kunnen denken, voorbijdrijven. Een antwoord van de boom herken je omdat die niet direct uit je eigen geest komt. Hij wijkt in zekere zin af van de gedachten die je van jezelf herkent.
Waarschijnlijk krijg je een vaag antwoord, dat helemaal geen antwoord lijkt. Blijf je vraag stellen. Of probeer door te vragen: wat bedoel je daarmee? Wat probeer je te zeggen? Houd je vragen open. Dring de boom niets op en probeer geen antwoord te forceren.
Op een gegeven moment zul je het gevoel krijgen dat de boom klaar is, dat ze haar antwoord gegeven heeft of geen zin meer heeft om nog door te praten. Bedank de boom.
Zoek een rustige plek. Wat heb je gehoord? Wat dacht je daarbij? Wat voel je daarbij? Schrijf je indrukken op.
