De perfecte kop outdoor-thee

Het was makkelijk om een cynische blog te schrijven over de koffie-obsessie van Erik, maar moeilijker om met zelfspot over thee te schrijven. Ik zag dus (zie koffie-blog) een keer een filmpje over een Japanse theeceremonie in de Ardennen. Nacht, kampvuur, grote gietijzeren ketel, zware kopjes, meditatieve kruiden. En het raakte me. In de thee zat een simpele belofte van aandacht, samenzijn en natuur die ik op dat moment zo miste dat ik een kwartier heb zitten huilen.

Ik drink ongeveer twee liter thee per dag. En met thee bedoel ik alles waarbij je heet water over een verzameling bladeren giet: groene thee, zwarte thee, witte thee, kruidendrank, rooibos.

Wat thee met je doet

Thee verwarmt de ziel, zeggen ze. De ziel houdt van warm water en groen. Alsof je het bos uit je kopje drinkt, volgens de auteurs van Shinrin-yoku (de Japanse kunst van het bosbaden). Als je naar een meditatiebijeenkomst gaat, hoort daar standaard thee bij. Vooral groene thee, want die maakt je alert maar niet nerveus. En daar kicken mensen die mediteren op. Met de thee komt dan allerlei moois op tafel, zoals harmonie, respect, zuiverheid en sereniteit, “omdat het ons leert dat welzijn eerder bestaat uit eenvoud dan uit de complexiteit van de verkwisting”. Dat laatste citaat komt uit Kakuzo Okakura’s Het boek van de thee (1906), een klassieker onder theefanaten. Thee is dus niet alleen een gezellig warm drankje, het is een meditatief zintuiglijke ervaring die de menselijke conditie naar een hoger niveau tilt.

Ook mensen die veel buiten zijn houden van thee. Naast de ziel verwarmt thee namelijk ook gewoon het lichaam, en aangezien het buiten vrijwel altijd koud is, is elke vorm van warmte welkom. Je kunt geen bushcraftweekend doen zonder dennenthee of brandnetelthee te drinken. Op houtvuur heb je binnen een paar minuten water aan de kook. En op sneeuwtochten kun je niet zonder heet water, dat je smelt in een grote pan boven het vuur of in een superefficiënte brander. Thee is dan synoniem voor warmte en smaak is van ondergeschikt belang.

De smaak van thee

Toch maakt de smaak van thee, net als bij koffie, heftige emoties bij mensen los. Daarin zijn grofweg drie groepen: ‘gatver vruchtenthee’, ‘gatver zoethouthee’ en ‘ik drink geen zwarte thee want daarin zit cafeïne/looistoffen/koeienogen/radioactief materiaal/enz.’ Ik hoor bij de eerste groep, en dat betekent dat ik van de aardse smaak van bladeren houd en moreel superieur ben (maar dat laatste denken de mensen uit elke groep, dus ik weet niet hoe onderscheidend dat is).

Voor de echte theeliefhebber is thee in een zakje – van die pickwickdingen met zo’n levensvraag op het labeltje – net zoiets als oploskoffie. Slappe meuk. Dat verschilt natuurlijk per soort, maar over het algemeen worden goedkope en fijngehakselde blaadjes gebruikt. Die geven snel hun smaak af en worden nooit zo rijk en romig als losse theebladeren. Daarnaast zitten in veel theezakjes microplastics, en in de niet-biologische varianten ook een hoop chemicaliën en pesticiden. Wat me aan een vierde groep herinnert, de ‘gatver gifstoffen’-groep die niet uniek voor thee is, maar een bredere aanhang heeft.

Thee heeft delicate smaaknuances en daar kun je heel gewichtig over doen. Want die nuances proef je alleen als de thee is gezet onder perfecte omstandigheden. Temperatuur van het water, trektijd, dosering, materiaal van de pot en het filter, tweede of derde afzetting, wel of niet ‘soppen’ met het zakje. Voordat je een technisch perfecte thee kunt zetten, moet je een driejarige opleidingen tot theesommelier hebben gevolgd (nog niet gedaan).

Perfectie in de wildernis

Hoe kom je in het wild zo dicht mogelijk bij perfectie? In mijn ervaring is gemak een groot obstakel. Outdoor theezetten kost tijd, brandstof en pakruimte. Als je het koud hebt, wil je snel iets warms en niet lopen hannesen met filters, losse theebladen en keramische theepotten. Daarom nam ik tot voor kort vrijwel altijd toch gewoon eenkopszakjes mee.

Het lijkt onderweg alsof alle thee hetzelfde smaakt. Dat komt omdat thee elkaars aroma overneemt als je verschillende smaken bij elkaar in een zak stopt. Vroeger nam ik nog wel eens zoveel mogelijk smaken mee, maar nu één of twee aparte zakjes: groen en een sterk smakend kruid. Wat ook helpt, is uit een emaillen mok drinken in plaats van een plastic, siliconen of rubberen beker. Je ziet er dan uit als een hipster, maar het is de pijn waard.

Wilde planten

Een makkelijk alternatief voor eenkopszakjes is verse planten plukken. Het voelt wat overbodig om thee mee te nemen als je midden in de natuur zit. Maar toch smaakt bosthee vaak niet echt indrukwekkend en tijdens de jaartraining eetbare planten leerde ik hoe dat komt. Niet alle planten zijn geschikt voor thee. En in de planten die wel geschikt zijn, komt het aroma doorgaans van etherische oliën die het beste vrijkomen als een plant eerst gedroogd wordt.

Deze planten zijn geschikt voor verse thee:

Munt, lavendel, citroenmelisse, citroenverbena, kamille, salie, tijm, rozemarijn, brandnetel, goudsbloem, paardenbloem, engelwortel en dennennaalden. Zie ook de theegids van Permacultuur Nederland.

Dek de thee af terwijl hij trekt, zo vervliegen de oliën niet.

Thee van gedroogde planten zoals goudsbloem, bramenblad, frambozenblad en brandnetel is erg lekker. Het drogen (aan een touwtje samenbinden en ophangen of uitspreiden op gaas) maakt de smaak intenser.

Nutriëntrijke planten kun je het beste wat langer laten trekken – liefst uren (!). De nutriënten worden dan maximaal aan de plant onttrokken. Sommige mensen vinden dat niet lekker, gezond is het wel. Dit geldt voor bijvoorbeeld brandnetel, klaver, weegbree en meidoorn.

Van wortels kun je thee koken. Je giet dus geen heet water over de thee maar kookt de smaak en nutriënten uit de wortel. Denk aan paardenbloemwortel en gember, maar ook grote kliswortel en wilg.

Een plant om de tijd voor te nemen

Wie snelle outdoorthee wil, en niet kan wachten tot het water écht kookt, krijgt theeschuim. Zo’n wit wazig laagje dat ontstaat doordat nog niet opgeloste gassen in het water reageren met het theezakje. Ook daardoor smaakt je thee onderweg soms wat laffer. Als ik snelle warmte wil, drink ik daarom steeds vaker gewoon heet water en laat ik de thee achterwege.

De magie van de thee en van het buitenzijn zit ‘m vooral in tijd en aandacht. Thee is geen bulkdrank, maar een luxeproduct. Echte thee van de theeplant moet twee jaar groeien voor hij geoogst kan worden, en dan moeten steeds de jonge toppen worden geplukt, verwerkt (spoelen, drogen, verhitten, oxideren) en uit de tropen worden verscheept.

Het is een plant om de tijd voor te nemen. Omdat ik die kunst niet altijd goed beheers, kijk ik hem af bij Eriks koffie-obsessie. Terwijl hij dit weekend op het strand een kwartier bezig was met zijn koffiemolen en espressomaker, zette ik een kop groene Chinese parelthee met een theefilter.

Het is niet veel extra moeite en losse blaadjes nemen ook minder ruimte in dan theezakjes. Het theefilter blijft wel lang nat na gebruik, dus misschien stap ik over op een zeefje of een ei. Maar de smaak was net zo perfect als thuis. Nee, beter, want het zilte aroma van de zee voegde een extra dimensie toe aan het lichtbittere aftreksel. Er zat ook zand in.

4 reacties op “De perfecte kop outdoor-thee”

  1. Ik neem dus vaak jenever mee. Van die lekkere scherpe.
    Houdt je ook warm… En het is al tot perfectie gebrouwen in jouw woonplaats.

    1. Jägerthee, helemaal vergeten…

  2. Ik ben ook een theeleut, en vind losse thee het lekkerst

  3. […] vinden. Alleen te koop via Ebay. Maar Erik houdt dus niet van filters, dus ik gebruik deze nu om outdoor-thee te […]