Richtingsgevoel en natuurlijke navigatie: wat kunnen we daar vandaag nog van leren?

Gisteravond kwamen eindelijk een vrij uurtje en een onbewolkte sterrenhemel samen. Na vijf minuten lopen maakten de overbelichte straten van Renkum plaats voor de donkere Veluwe. Ik zag de Grote Beer laag boven de horizon, wijzend naar de Poolster, de eerste sterren die ik steevast zoek zodra de zon ondergaat. Alsof ik mezelf er van wil verzekeren: het noorden is nog steeds dáár.

Als voorbereiding op twee bosdagen Natuurlijke Navigatie, was ik al weken bezig met onze plaats en richting op aarde. Het boek Drieduizend jaar navigatie op de sterren, van Siebren van der Werf, bracht me naar de oeroude sterrenkompassen uit de Griekse mythologie, van de Polynesische zeevaarders en de Vikingen. Al lang voor Columbus met zijn magnetische kompas, astrolabium en zeekaarten naar Amerika voer, haalden de Vikingen hout uit Canada, voor de huizenbouw op Groenland, en bevolkten de Polynesiërs de Grote Oceaan.

Hoe vonden ze hun weg, in hemelsnaam! Door op de hemel te navigeren dus, en op allerlei andere manieren het landschap te lezen. Het lijkt verbluffend hoe sterk hun primitieve gevoel voor richting was, tot je je in natuurlijke navigatie verdiept en tot twee ontdekkingen komt. Een: het is verre van primitief. En twee: het is vandaag de dag nog net zo logisch en accuraat.

Ik heb het gevoel dat we met moderne navigatie iets essentieels kwijtraken. Zeereizen werden met het kompas en de instrumenten die de breedte- en lengtegraad konden bepalen, gerichter en efficiënter, zoals vrijwel alles efficiënter wordt naarmate de technologie ‘slimmer’ wordt. Maar of het daar ook beter van wordt? We weten allemaal hoe de zeevaart een koloniaal en kapitalistisch West-Europa heeft gelanceerd waar we misschien wel rijker maar niet echt gelukkiger van zijn geworden. We zijn ook iets kwijt, een natuurlijke gevoel van richting en plaats, van omgevingsbewustzijn en van een bewustzijn van onszelf in die omgeving. In de woorden van Ingrid Kincaid: Wie ben ik? Waar ben ik? Wat heb ik nodig? Waar komt de wind vandaan?

Het lijkt irrelevant waar de wind vandaan komt als je op zoek bent naar je weg, maar voor onze wandelende lichamen in een groot universum is het wél relevant. Je kunt de grond onder je voeten niet loskoppelen van je richting in het leven.

Zodra de zon opkwam, en het sterrenlicht verblindde, werd de zon het primaire kompas, samen met zeestromen, golven, het gedrag van dieren, de groei van bomen en planten en ja, zelfs de windrichting. Zowel de Vikingen op het noordelijk halfrond als de Polynesiërs op het zuidelijke halfrond waren al prima in staat om op basis van de zon en sterren hun breedtegraad te bepalen. Ze wisten dus ook op welke ‘bandbreedte’ ze zaten.

Tegenwoordig zeggen mensen graag dat ze geen richtingsgevoel hebben. En het klopt. Het is inmiddels wetenschappelijk aangetoond dat we cellen in onze hersenen hebben voor ‘noord’, ‘zuid’ en alles daartussenin, en dat die cellen bij de een sterker ontwikkeld zijn dan bij de ander. Richtingsgevoel is dus een van onze voorgeprogrammeerde eigenschappen. Maar net als met al onze kwaliteiten worden ze pas iets waard als je ze traint. Mensen met ‘zwakke’ richtingscellen kunnen wel degelijk sterke navigatoren worden.

Er is ook al aangetoond dat ons gebruik van gps en Google Maps ons richtingsgevoel geen goed doet. Lekker belangrijk, zullen mensen denken die blind op de wijsheid van hun smartphone vertrouwen. En ook als de smartphone het niet doet, vinden we de supermarkt nog wel. Maar ik vind het interessant wat voor effecten zo’n slinkend richtingsgevoel heeft op andere vlakken in ons leven.

Ik had maar een minuut naar Orion gekeken, de jager, en geprobeerd de boog te vinden waarmee hij achter de andere sterren aan de zuidelijke hemel aan zit. Toen daalde er een gevoel in dat ik al een tijdje kwijt was: ik ben op een planeet. Het is een gevoel dat ik ken van de nachten in mijn bivakzak als ik, met niets dan hemel boven me – geen tentdoek, geen tarp – mijn ogen open en die duizenden lichtjes boven me zie schitteren. Het geeft me een diep verankerd gevoel van tijd en ruimte, van zelf, ook, van het uitzonderlijke gegeven dat ik besta in dat gigantische en ongrijpbare.

In een wereld waarin we ons steeds vaker afvragen wie we zijn en of we er wel toedoen, waarin de wachtlijsten voor psychologen oplopen en coaches en antidepressiva als paddenstoelen uit de grond schieten, is dit basale gevoel van verankering nogal een opluchting. Ik heb al een tijdje last van behoorlijk sombere buien, maar als ik in het veld naar de sterren sta te kijken, voel ik me op slag weer heel.

Als vanzelf wil ik de sterrenhemel beter kunnen lezen, maar waar leer ik zoiets? Niet uit een app, zoals Night Sky, die vertelt wat ik zie zonder dat ik mijn best moet doen om het te begrijpen, en waarna het niet blijft hangen (zoals je ook weinig over planten leert als je alles door je telefoon laat determineren). Lange tijd vond ik ook sterrenbeelden maar niks, verzinsels, samenraapsels van willekeurige sterren die de primitieve verbeelding prikkelden. Als je vandaag de dag iets van sterren wilde leren, ging je astronomie bestuderen, vond ik, de natuurkundige wetenschap van de hemellichamen, maar natuurkunde bleek me niet zo te raken. Nu begrijp ik dat sterren verhalen zijn die ons de weg wijzen. Ze zijn ook veel beter te onthouden en te plaatsen als ze wel onderdeel van een sterrenbeeld mogen zijn.

Terwijl ik in het veld de hemel stond af te speuren, vond ik rechts van Orions boog plotseling een helderrode ster. Ik had hem nooit eerder gezien, maar er net over gelezen. De naam was ik vergeten, maar het eerste dat ik dacht was: het oog van de stier, het beest waar Orion op jaagt. Daar weer naast lag een groepje sterren dicht op elkaar dat wel eens de Pleiaden zouden kunnen zijn. Toen ik het thuis opzocht, bleek het te kloppen. Het oog van de stier is de ster Aldebaran – Arabisch voor de volger (van de Pleiaden) – in het sterrenbeeld Stier.

Als je sterren leert onderscheiden, ontdek je dat ze elkaar opvolgen aan de hemel, iedere nacht weer. Dat doen ze al duizenden jaren. Je kunt er daarom een koers op varen, net zoals je dat op de Poolster kunt doen. Onze voorouders wisten dat. Ze hoefden maar een blik omhoog te werpen om hun interne kompas te kalibreren – om weer te weten wie ze waren, waar ze waren, waar de wind vandaan kwam.

Wil je meer van dat grote, geheimzinnige richtingsgevoel? Ik wijd er de komende tijd twee bosdagen aan, zaterdag 7 maart en zaterdag 9 mei. De sterren kunnen we overdag jammer genoeg niet zien, de zon met een beetje geluk wel. Hoe dan ook geef ik je een basis van verschillende technieken mee zodat je daar thuis verder mee uit de voeten kunt. Wie weet tot dan!

Richtingsgevoel bestaat – een korte podcast van de NPO

Het sterrenkompas van Odysseus – een fragment uit het boek Drieduizend jaar navigatie op de sterren. Ik heb de informatie uit dit fragment verwerkt tot een visualisatie die ik tijdens de bosdag gebruik.

The art of natural navigation – een korte lezing door expert natural navigator Tristan Gooley.

Start hier je reis naar buitenleven, eenvoud & bezieling

Gratis e-book Naar de Basis

Een kleine gids naar buitenleven en natuurverbinding – direct beschikbaar na bevestiging in je mailbox

Met max. zes keer per jaar de nieuwste verhalen en activiteiten

Geen marketingdrukte. Uitschrijven kan altijd. Gewoon af en toe iets dat de moeite waard is.