Pelgrimeren met dreumes (1,5): drie dagen op de Walk of Wisdom

We lopen in de Ooijpolder, ik met Heike zwaar op mijn rug. Het hoge gras is nat, de klei is nat, mijn schoenen zijn nog nat van de zomerse onweersbuien de dag ervoor, toen we uit Nijmegen vertrokken. Heike noemt alle grote dieren paarden. Dus alle koeien zijn paarden. Voor ons ligt het kerkje van Persingen, daarachter de stuwwal. Met een trekpont draai ik ons over een grote sloot, Heike midden op de pont in de rugdrager. Als ik haar er aan de overkant even uit laat, glijdt ze uit in de vette klei. Dikke brokken plakken aan haar tuinbroek en ik veeg het er zo goed en kwaad als dat lukt af.

We zijn vier dagen op pelgrimstocht. Al sinds ik zwanger ben, wilde ik dat doen. Steeds was er een reden waarom het niet lukte, maar nu heb ik de daad bij het woord gevoegd. We maken een klein maar moedig begin aan de Walk of Wisdom, een pelgrimsroute van 136 kilometer rondom Nijmegen. Klein omdat ik met Heike niet meer dan tien à vijftien kilometer per dag kan lopen. Moedig omdat het nooit eenvoudig is om te gaan, vooral niet in mijn eentje met een dreumes.

Op weg naar wijsheid

‘Op weg naar Wijsheid: zet je telefoon op onbereikbaar en ga op pad,’ zegt het routeboekje. Het idee van pelgrimeren is dat je met een intentie of een vraag loopt en onderweg allerlei inzichten krijgt die in de drukte van thuis niet vanzelf komen. Naar welke wijsheid ben ik op weg? Die van bezieling en moederschap, of vooral het samengaan van die twee. Want ik ben mijn bezieling al een tijdje kwijt en ik weet niet wat het betekent om moeder te zijn. Daarom ben ik hier. Daarom ben ik hier met Heike.

We zitten op een boomstam aan de Bisonbaai, zij zacht en warm in mijn armen, ik nat van de regen. Ze werd wakker uit een diepe slaap en daarna huilde ze, nee, ze krijste, en ik wist niet waarom. Het is soms zo lastig om bij een kind dat nog net niet kan praten te begrijpen hoe een moment kan omslaan van vredig en vrolijk in blinde paniek. De blinde paniek duurde tien minuten. Ze wilde niet in de rugzak, niet uit de rugzak, geen brood, geen water. Dus gaf ik haar de borst. Daarna was alles weer goed.

Ik dacht vlak voor het huilen nog: dit gaat makkelijk, we kunnen wel de hele dag zo lopen.

Ik dacht tijdens het huilen: dit is verschrikkelijk, we kunnen beter naar huis gaan.

Ik realiseer me na het huilen dat ik voor het eerst stil zit met de lage wolken en het woelige water van de Bisonbaai. Het is in het dagelijks leven al moeilijk om stil te zitten, en ergens met volle aandacht te zijn, maar met een dreumes is dat bijna niet te doen. Dan ervaar ik huilen, of elke afleiding, van wie dan ook, als een verstoring van de magie van het moment. Nu merk ik dat ik, juist door met haar mee te bewegen, niet minder in het moment ben, en niet minder magie en bezieling voel, maar meer.

Een nacht om moeder te zijn

Thuis steekt Erik een kaars aan. Ik heb in de voorbereiding een klein altaar gebouwd op een houten dienblaadje met een kaars, water, mijn pelgrimsspeld (die van Heike zit op onze rugzak) en herinneringen aan de moeders die ik in mijn stamboom vond, en alle moeders die ons zijn voorgegaan. Wanneer Heike slaapt in haar kleine hotelbedje, en ik in gedachten de kaars zie, die thuis brandt, ga ik in een stoel bij het open raam zitten om te voelen waar ik vandaan kom en waar ik naartoe ga.

We slapen in hotels omdat het simpelweg niet lukt om én Heike én een kampeeruitrusting op mijn rug te dragen. Ik heb voor mezelf letterlijk alleen een onderbroek en een tandenborstel mee. Heike (9kg), de rugdrager (2kg), de luiers (1kg) en een fles water (1kg) zijn eigenlijk al te zwaar. En normaal zou ik me op zo’n hotelkamer, met die vieze tapijtvloeren en de afbladderende verf op de badkamermuur, nogal ontaard voelen. Maar gek genoeg is dat nu precies wat ik nodig heb. Niet de verf en de vlekken, maar een plek waar Heike kan slapen, zodat ik de dag en de nacht, het lopen en het moederen kan verbinden.

Als ik net slaap, wordt ze gillend wakker. Een mug heeft haar op haar ooglid gestoken. Ik zit een uur met haar op schoot, geef haar melk, zing liedjes, leg haar knuffel in haar armen en laat haar weer in slaap dommelen. Thuis zou ik me opwinden; ik slaap net, verdorie! Maar met onze pelgrimstocht zijn we in een blanco bladzijde gestapt waar alles anders gaat dan normaal, en ik zit daar alleen maar trots te zijn, en haar moeder te zijn, en van haar te houden.

Mijn rugzak is een dreumes

Met onze pelgrimsspeld en pelgrimsveter en een heerlijk offline, papieren routeboekje in de hand klimmen we de stuwwal van Nijmegen op. Wat is dat klimmen zwaar, vooral nu het weer een zomerse vijfentwintig graden is. Mensen hebben niet direct door dat ik met een kindje loop. Ze zien eerst de rugzak en pas daarna Heike. Op een bankje vlak voor een pannenkoekenrestaurant, waar Heike los kan in de speeltuin, kom ik twee medepelgrims tegen.
‘Oooh! Jullie zijn ook met z’n tweeën!’ Roepen ze. Ze maken plaats op het bankje om even te praten. Het zijn twee oudere vrouwen – ik kom alleen maar vrouwen tegen op mijn pad. En ik wil zo graag vertellen wat ik aan het doen ben, en waarom, maar ik kan de woorden niet vinden.

Terwijl ik me ’s avonds een nieuwe hotelkamer eigen maak, steekt Erik thuis weer een kaars aan. Ik leg Heike in bed en ga in de badkamer op de grond zitten, met mijn rug tegen de douchewand, zodat ik kan schrijven en zij in slaap kan vallen. Dat we dit samen kunnen doen! Misschien is dat wel het antwoord.

De moed om weer naar huis te gaan

Op dag drie lopen we over een klein aarden walletje langs een sloot Duitsland in. Drie kilometer van de grens ligt Kranenburg, een oude bedevaartsplaats waar ook de route naar Santiago doorheen gaat. Achter ons is de stuwwal van Nijmegen, voor ons de stuwwal waarop het Reichswald ligt, en daartussen een glooiende, warme vlakte.

Ik heb het zwaar en ik maak me zorgen. Zit Heike niet te lang in de rugdrager? Slaapt ze niet te kort? Ik stop veel vaker dan de dag ervoor zodat ze er regelmatig uit kan. We eten en spelen en ze loopt kleine stukjes zelf. Ze is blij. Maar ik voel ook dat dit niet te lang moet duren. Een paar uur in de rugdrager is niet erg, maar nu we drie lange dagen gewandeld hebben, merk ik dat mijn trots omslaat in bezorgdheid. Wat heeft Heike hier aan? Doe ik dit voor haar, voor ons of voor mezelf?

’s Avonds kan Heike niet slapen. Ik aai over haar rug en verzin verhaaltjes, de ene na de andere, over een schildpad en een uil. Ze gaat zitten met haar duim in haar mond. Ze gaat liggen met haar duim in haar mond. Ze draait zich op haar zij. Ik ga naast haar op mijn eigen bed liggen en dan hoor ik haar snurken. Ik voel hoe moe ik zelf ben, hoeveel pijn ik in mijn schouders heb, hoeveel hoofdpijn, en dat ik zelfs een beetje misselijk ben van de inspanning. Ik had gepland om nog minstens een dag te wandelen, weer een lange dag, maar als ik ’s morgen wakker word ben ik nog steeds draaierig en leeg.

Mijn natuurlijke neiging zou zijn om, ook als ik me niet goed voel, toch te gaan en koste wat kost de route te volgen. Een paar keer overweeg ik om dat te doen. Meerdere keren bereken ik het exacte aantal kilometers en overtuig ik mezelf ervan dat het wel kan. Maar dan realiseer ik me dat het klaar is. Ik kan het wel, maar het hoeft niet. Zodra ik besluit om naar huis te gaan, voel ik dat dat klopt. En dan komt ineens de trots weer terug. Ik heb iets gedaan wat ik eerder nooit kon: meebewegen.

We hebben drie dagen en veertig kilometer gewandeld. Als ik thuis kom, zie ik dat het kaarsje op is. Het was tijd om thuis te komen. Ik mag voor deze route de tijd nemen – al duurt het vijf jaar – en steeds een volgende etappe met haar lopen, wanneer het maar nodig is, iedere keer als de urgentie terugkomt om samen her te bezinnen.

Het vervolg!

Paklijst

Zo licht mogelijk. Want Heike, de rugdrager en een fles water zijn al aan het maximaal aantal kilo’s dat ik kan dragen.

Heike
1 romper
1 broekje
1 truitje
1 hoedje
1 hydrofiel washandje
Regenbroek
1 pak billendoekjes
6 luiers + afvalzakjes
1 trappelzak zomer
Knuffel Ron
Klein boekje
Tandenborstel

Mieke
1 onderbroek
Regenjas
Zonnebril
Zonnebrandcrème
Tandenborstel
Tandpastatabletten
Tekentang
Telefoon, lader en hoesje
Lepel en mesje
Camera

Voor het pelgrimeren
Routebladen (uit boekje geknipt)
Notitieboek en vulpotlood
Pelgrimsveters
Pelgrimsspeld
Runen

Aan
Heike: romper, tuinbroek, sandalen
Mieke: wandelbroek, ondergoed, blouse, wandelsokken, barefootschoenen
Rugdrager met regenhoes

Eten en drinken
Waterfles 500ml
Bekertje
8 boterhammen
2 bananen
1 paprika

Route

De Walk of Wisdom is een pelgrimsroute van 136 kilometer rondom Nijmegen. De route is geïnspireerd door de natuur en het leven zelf, en is niet gebonden aan een religie. Pelgrims zetten hun telefoon uit, en maken de tocht naar binnen, want ‘wie zich vanuit zijn binnenste verbindt met de wereld om zich heen, komt als mens tot bloei’, aldus de Wegwijzer op de website van de organisatie.

De route is grotendeels gemarkeerd en wordt beschreven in een helder routeboekje. Je bepaalt zelf waar je slaapt (er is een lijst met overnachtingsadressen), hoeveel je wandelt en of je de hele route in één keer of in delen doet. Langs de route haal je in iedere gemeente een vogelringetje op die je aan je pelgrimsveter bevestigt. Verder ben je herkenbaar aan de pelgrimsspeld die tegelijkertijd een engel en een zaailing symboliseert.

Verder lezen

Ga mee op weg naar de basis

+ Gratis e-book

Een kleine gids naar buitenleven en natuurverbinding – direct beschikbaar na bevestiging in je mailbox

Met zes keer per jaar de nieuwste verhalen en activiteiten

Geen marketingdrukte. Uitschrijven kan altijd. Gewoon af en toe iets dat de moeite waard is.