Drie simpele vakanties (waarop je even niet awesome en uniek hoeft te zijn)

Verwachtingen om awesome en uniek te zijn worden steeds hoger. Ondertussen wordt het leven duurder, complexer en vermoeiender.

Mensen zijn er altijd gevoelig voor geweest: interessante dingen doen én hebben om de moeite waard te zijn. Social media wakkert dat lekker aan en voorziet in de perfecte beelden, spullen en diensten die daarbij horen – zelfs als we geen social media hebben horen we de verhalen en zien we de foto’s van de mensen om ons heen die wél in de race zijn.

Een kinderpartijtje was vroeger niet veel ingewikkelder dan cake met slagroom en een spelletje in de achtertuin. Een dagje dierentuin was speciaal, vooral als je daarna ook nog naar een pannenkoekenrestaurant (!) mocht. Vakantie op de Waddeneilanden was exotisch.

Nu de vakantietijd weer is aangebroken, vraag ik me af: kunnen we de trend breken? En vakantie gezellig downgraden tot iets dat gewoon goed genoeg is, in plaats van trendy, instagrammable en duur?

Simpele vakantie #1

Ik weet het, deze winter ben ik nog all out gegaan door met onze peuter naar de bergen te treinen. Aan de ene kant was dat een fancy vakantie, want Zwitserland is duur. Maar nog altijd betaalbaarder en milieuvriendelijker dan met je kind naar Ibiza vliegen.

De verborgen kosten van vliegen zijn gigantisch. Je betaalt ze misschien niet direct, maar ze komen bij je terug in de vorm van belastingen, luchtvervuiling, watervervuiling en allerlei andere nare soorten van verval die het dagelijks leven steeds duurder en onze wereld steeds minder leefbaar maken.

Simpele vakantie #2

De eerste 30 jaar van mijn fietsvakanties was ik niet cool. Ik werd zelfs een beetje belachelijk gemaakt en ik moest de grootste moeite doen om fietsmaatjes te vinden.

Dat veranderde toen ik een gravelbike kocht. Achteraf bleken Erik en ik early adopters van iets dat enorm populair zou worden: bikepacking. Ik kan inmiddels geen dag meer door ons dorp langs de Veluwe rijden zonder een bikepacker te zien. En ik moet zeggen dat het me ontzettend tegen gaat staan.

De bikepacking-industrie en alles wat daarbij komt kijken, is gigantisch. Het gaat niet alleen om de fietsen zelf maar ook om de markt van ultralichte spullen, speciale kleding en tassen eromheen. Het is een soort eigen ecosysteem dat in zijn jeugdigheid ieder jaar met lichtere, slimmere of mooiere spullen komt die wat je drie jaar geleden kocht alweer achterhaald maken (en vaak stuk, onpraktisch, uit de mode).

Hoe anders is dat met de ouderwetse Ortlieb achtertassen die ik al sinds mijn 17e heb. Of het zelfopblaasbare Therm-a-Rest-matje dat misschien wat groter, maar al vijftien jaar lekvrij is.

Iedereen rijdt dezelfde routes van Bikepacking.com. Als iemand iets nieuws doet, wordt dat minutieus bijgehouden op Komoot.com. Handig, ik gebruik het ook om routes te plannen, maar er blijft geen avontuur meer over. En daardoor moet het steeds gekker, verder, ruiger – waarvoor dan weer een nieuwe fiets nodig is.

Ik wil het verleden niet ophemelen. Het is heerlijk om een fiets te hebben die van de asfaltwegen af kan, want die worden steeds drukker. En ik ben ook gek op ultralichte spullen, omdat ze simpelweg veel gesjouw schelen. Maar wat me tegenstaat, is dat er een vastomlijnd beeld is gegroeid van wat je moet hebben en doen om erbij te horen en dat daarin iedereen elkaar kopieert. Dat kopiëren kost tonnen aan grondstoffen en geld en zuigt alle creativiteit en bezieling uit iets dat in zichzelf heel bijzonder is: op eigen kracht, dicht bij de basis, door de natuur bewegen.

Ga mee op weg naar de basis

+ Gratis e-book

Een kleine gids naar buitenleven en natuurverbinding – direct beschikbaar na bevestiging in je mailbox

Met zes keer per jaar de nieuwste verhalen en activiteiten

Geen marketingdrukte. Uitschrijven kan altijd. Gewoon af en toe iets dat de moeite waard is.